8 En de Assyriër moet vallen door het zwaard, niet [dat van] een man;* en een zwaard, niet [dat van de] aardse mens,* zal hem verslinden.+ En hij moet vluchten wegens het zwaard, en zijn eigen jonge mannen zullen zelfs tot dwangarbeid vervallen.
3 Zie! Een Assyriër,* een ceder op de Li̱banon,+ schoon van tak,+ met een bosrijk struikgewas dat schaduw bood, en hoog van gestalte,+ zodat zijn boomtop zelfs tussen de wolken* bleek te zijn.+