26 O dochter van mijn volk, omgord u met de zak+ en wentel u in de as.+ Maak uw rouw als die over een enige [zoon], de weeklacht van bitterheid;+ want plotseling zal de gewelddadige plunderaar over ons komen.+
17 En gij moet dit woord tot hen zeggen: ’Laten mijn ogen stromen van tranen, nacht en dag, en laten ze niet stilhouden,+ want met een grote ineenstorting is de maagdelijke dochter van mijn volk gebroken,+ met een volkomen ongeneeslijke slag.+