13 Waarvan zal ik u als getuige gebruiken? Waarmee zal ik u vergelijken, o dochter van Jeru̱zalem?+
Waarmee zal ik u gelijkstellen, opdat ik u kan troosten, o maagdelijke dochter van Si̱on?+
Want uw breuk+ is even groot als de zee. Wie kan u genezing brengen?+