39 En na u zal er een ander koninkrijk opstaan,+ geringer dan gij;*+ en nog een koninkrijk, een derde, van koper, dat over de gehele aarde zal heersen.+
5 En ik, van mijn kant, bleef acht geven, en zie! daar kwam een geitenbok+ van de ondergang [der zon] over de oppervlakte der gehele aarde,* en hij raakte de aarde niet aan. En wat de bok betreft, er was een opvallende hoorn tussen zijn ogen.+
„Weet gij werkelijk waarom ik tot u ben gekomen? En nu zal ik terugkeren om met de vorst* van Pe̱rzië te strijden.+ Wanneer ik heenga, zie! komt ook de vorst van Griekenland.*+