Jesaja 6:5 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 5 Toen zei ik: „Wee mij! Want ik ben zo goed als tot zwijgen gebracht, want een man onrein van lippen ben ik,+ en te midden van een volk dat onrein van lippen is, woon ik;+ want mijn ogen hebben de Koning zelf, Jehovah der legerscharen, gezien!”+
5 Toen zei ik: „Wee mij! Want ik ben zo goed als tot zwijgen gebracht, want een man onrein van lippen ben ik,+ en te midden van een volk dat onrein van lippen is, woon ik;+ want mijn ogen hebben de Koning zelf, Jehovah der legerscharen, gezien!”+