17 ten gevolge van het feit dat zij mij verlaten hebben en offerrook zijn gaan brengen aan andere goden,+ ten einde mij te krenken met al het werk van hun handen,+ en mijn woede is ontbrand tegen deze plaats en zal niet worden geblust.’”’+
6 Daarom werd mijn woede, en mijn toorn, uitgestort en die brandde in de steden van Ju̱da en op de straten van Jeru̱zalem,+ en ze werden tot een verwoeste plaats, tot een verlaten woestenij, zoals op deze dag.’+
14 Want dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: ’„Net zoals ik in gedachten had te doen wat rampspoedig voor ulieden was, omdat UW voorvaders mij verontwaardigd maakten”,+ heeft Jehovah der legerscharen gezegd, „en ik geen spijt gevoelde,+