Lukas 6:28 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 28 zegenen die U vervloeken, bidden voor hen die U beledigen.+ Lukas 23:34 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 34 [[Maar Jezus zei: „Vader, vergeef+ hun, want zij weten niet wat zij doen.”*]] Voorts wierpen zij het lot om zijn klederen te verdelen.+ Handelingen 7:60 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 60 Toen viel hij op de knieën en riep met krachtige stem: „Jehovah,* reken hun deze zonde niet aan.”+ En na dit te hebben gezegd, ontsliep hij. Romeinen 12:14 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 14 Blijft zegenen die U vervolgen;+ zegent+ en vervloekt niet.+
34 [[Maar Jezus zei: „Vader, vergeef+ hun, want zij weten niet wat zij doen.”*]] Voorts wierpen zij het lot om zijn klederen te verdelen.+
60 Toen viel hij op de knieën en riep met krachtige stem: „Jehovah,* reken hun deze zonde niet aan.”+ En na dit te hebben gezegd, ontsliep hij.