24 Toen de boodschappers van Joha̱nnes waren weggegaan, begon hij betreffende Joha̱nnes tot de scharen te zeggen: „Wat zijt GIJ in de wildernis gaan aanschouwen? Een riet dat door de wind heen en weer bewogen wordt?+
14 opdat wij niet langer kleine kinderen zouden zijn, heen en weer geslingerd+ als door golven en her- en derwaarts gevoerd door elke wind van leer+ door middel van de bedriegerij+ van mensen, door middel van listigheid in het beramen van dwaling.