2 Hij dan spitte hem om en maakte hem vrij van stenen en beplantte hem met een uitgelezen rode wijnstok en bouwde er een toren middenin.+ En er was ook een wijnpers die hij erin uithieuw.+ En hij bleef hopen dat hij druiven+ zou voortbrengen, maar geleidelijk bracht hij wilde druiven* voort.+
21 En wat mij aangaat, ik had u geplant als een uitgelezen rode wijnstok,+ in zijn geheel een waar zaad. Hoe zijt gij dan jegens mij veranderd in de ontaarde [scheuten] van een uitheemse wijnstok?’+