19 „Ik schep de vrucht der lippen.+ Bestendige vrede* zal er zijn voor degene die ver weg is en voor degene die nabij is”,+ heeft Jehovah gezegd, „en ik wil hem genezen.”+
20 en door tussenkomst van hem alle [andere] dingen+ weer met zich te verzoenen+ door vrede+ te maken door middel van het bloed+ [dat hij] aan de martelpaal* [heeft vergoten],+ ongeacht of het de dingen op de aarde zijn* of die in de hemelen.