51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid; en inderdaad, het brood dat ik zal geven, is mijn vlees+ ten behoeve van het leven der wereld.”+
16 Is niet de beker+ der zegening die wij zegenen, een deelhebben aan het bloed van de Christus? Is niet het brood dat wij breken,+ een deelhebben aan het lichaam van de Christus?+