Mattheüs 27:11 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 11 Jezus stond nu voor de stadhouder, en de stadhouder stelde hem de vraag: „Zijt gij de koning der joden?”+ Jezus antwoordde: „Gijzelf zegt [het].”+ Markus 15:2 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 2 Pila̱tus dan stelde hem de vraag: „Zijt gij de koning+ der joden?” Hij gaf hem ten antwoord: „Gijzelf zegt [het].”+
11 Jezus stond nu voor de stadhouder, en de stadhouder stelde hem de vraag: „Zijt gij de koning der joden?”+ Jezus antwoordde: „Gijzelf zegt [het].”+
2 Pila̱tus dan stelde hem de vraag: „Zijt gij de koning+ der joden?” Hij gaf hem ten antwoord: „Gijzelf zegt [het].”+