21 Niet een ieder die tot mij zegt: ’Heer, Heer’, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar hij die de wil doet+ van mijn Vader, die in de hemelen is.+
24 „Spant U krachtig in*+ om door de nauwe deur binnen te gaan,+ want velen, zeg ik U, zullen trachten binnen te gaan, maar zullen niet in staat zijn,+