17 Hierop antwoordde Jezus hem: „Gelukkig zijt gij, Si̱mon, zoon van Jo̱na,* want vlees en bloed hebben u [dit] niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is.+
15 Toen zij dan hadden ontbeten, zei Jezus tot Si̱mon Pe̱trus: „Si̱mon, zoon van Joha̱nnes,* hebt gij mij meer lief* dan deze?”+ Hij zei tot hem: „Ja, Heer, gij weet dat ik genegenheid voor u heb.”*+ Hij zei tot hem: „Voed mijn lammeren.”+