39 Dit is de wil van hem die mij heeft gezonden, dat ik niets van al wat hij mij heeft gegeven, verloren laat gaan, maar dat ik het op de laatste dag [uit de dood] opwek.+
12 Toen ik bij hen was, waakte ik steeds over hen+ ter wille van uw naam, die gij mij hebt gegeven; en ik heb hen bewaard, en niet één van hen is vernietigd,+ behalve de zoon der vernietiging,+ opdat de schriftplaats vervuld zou worden.+