19 En ik wil hun één hart geven,+ en een nieuwe geest zal ik in hun* binnenste leggen;+ en ik zal stellig het hart van steen uit hun vlees verwijderen+ en hun een hart van vlees geven,+
29 Maar hij is een jood die het innerlijk is,+ en [zijn] besnijdenis is die van het hart,+ door geest, en niet door een geschreven reglement.+ De lof+ van zo iemand komt niet van mensen, maar van God.+