1Dat wat van [het] begin af* was,+ wat wij hebben gehoord,+ wat wij met onze ogen hebben gezien,+ wat wij aandachtig hebben aanschouwd+ en onze handen hebben betast+ met betrekking tot het woord des levens,+
5 Nu verzoek ik u daarom, edele vrouw,* als [iemand] die u niet een nieuw gebod schrijft,+ maar een [gebod] dat wij van [het] begin af* hebben gehad,+ dat wij elkaar liefhebben.+