24 Hij moet zijn hand op de kop van het bokje leggen en het slachten op de plaats waar het brandoffer wordt geslacht, vóór Jehovah.+ Het is een zondeoffer.
26 Hij moet al het vet ervan op het altaar in rook laten opgaan, net zoals het vet van het vredeoffer.+ Zo moet de priester voor hem verzoening doen voor zijn zonde, en hij zal vergeving krijgen.