25 De priester moet met zijn vinger wat bloed van het zondeoffer nemen en dat op de hoorns+ van het brandofferaltaar strijken. De rest van het bloed moet hij aan de voet van het brandofferaltaar uitgieten.+
18 Daarna moet hij naar buiten gaan naar het altaar,+ dat vóór Jehovah staat, en er verzoening voor doen. Hij moet wat bloed van de stier en wat bloed van de bok nemen en dat op alle hoorns van het altaar strijken.