10 Als een Israëliet of een vreemdeling die bij jullie woont bloed eet — wat voor bloed dan ook+ — zal ik mij* beslist keren tegen degene* die het bloed eet, en ik zal hem ter dood brengen.*
13 Als een Israëliet of een vreemdeling die bij jullie woont, bij het jagen een wild dier of een vogel vangt die gegeten mag worden, dan moet hij het bloed ervan uitgieten+ en dat met stof bedekken.