3 (Ahi̱a, de zoon van Ahi̱tub,+ de broer van I̱kabod,+ de zoon van Pi̱nehas,+ de zoon van Eli,+ de priester van Jehovah in Silo,+ droeg de efod.)+ De mannen wisten niet dat Jonathan was weggegaan.
20 Toch wist één zoon van Achime̱lech, de zoon van Ahi̱tub, te ontsnappen. Hij vluchtte naar David en sloot zich bij hem aan. Zijn naam was A̱bjathar.+