14 Jehovah zei tegen Mozes: ‘Schrijf dit in het boek, zodat het niet vergeten zal worden,* en herhaal het tegen Jozua: “Ik zal elke herinnering aan A̱malek van onder de hemel uitwissen.”’+
2 Dit zegt Jehovah van de legermachten: “Ik zal de Amalekieten ter verantwoording roepen voor wat ze Israël hebben aangedaan toen ze hen op hun tocht uit Egypte aanvielen.+
8 Hij trok er met zijn mannen geregeld op uit om de Gesurieten,+ de Girzieten en de Amalekieten+ te overvallen, want die woonden in het gebied van Te̱lam tot Sur+ en tot Egypte.