5 Toen troffen de hoofden van de vaderlijke huizen van Juda en van Benjamin, de priesters en de Levieten — allen die de ware God ertoe aanzette* — voorbereidingen om het huis van Jehovah in Jeruzalem te gaan herbouwen.
3 ‘Dan zal ik het overblijfsel van mijn schapen verzamelen uit alle landen waarheen ik ze verdreven heb.+ Ik zal ze terugbrengen naar hun weidegrond+ en ze zullen vruchtbaar zijn en talrijk worden.+
17 Zeg daarom: “Dit zegt de Soevereine Heer Jehovah: ‘Ik zal jullie bijeenbrengen uit de volken en jullie verzamelen uit de landen waarover jullie verstrooid zijn, en ik zal jullie het land van Israël geven.+
11 Het volk van Juda en het volk van Israël zullen in eenheid bij elkaar worden gebracht+ en zullen voor zichzelf één hoofd kiezen en uit het land vertrekken, want de dag van Ji̱zreël+ zal een grote dag zijn.