21 Je mag niet toelaten dat een van je nakomelingen aan Mo̱lech wordt geofferd.*+ Je mag de naam van je God niet op die manier ontheiligen.+ Ik ben Jehovah.
31 Ze hebben de offerhoogten van To̱feth gebouwd, in het Dal van de Zoon van Hi̱nnom,*+ om hun zonen en hun dochters in het vuur te verbranden,+ iets wat ik niet had geboden en wat zelfs nooit in mijn hart was opgekomen.”+