3 Aan Abraham, Isaäk en Jakob ben ik altijd verschenen als God de Almachtige,+ maar wat mijn naam Jehovah+ betreft, daarmee heb ik me niet aan hen geopenbaard.+
32 Jullie mogen mijn heilige naam niet ontheiligen,+ en ik moet in het midden van de Israëlieten geheiligd worden.+ Ik ben Jehovah, die jullie heiligt,+