30 Terwijl hij met ze aan tafel was,* nam hij het brood. Hij zegende het, brak het en deelde het uit.+31 Op dat moment werden hun ogen volledig geopend en herkenden ze hem, maar toen verdween hij.+
41 Toen ze het van vreugde en verbazing nog steeds niet konden geloven, zei hij tegen ze: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’+42 Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. 43 Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
13 Jezus nam het brood en gaf het hun, en hij gaf hun ook de vis. 14 Dat was de derde keer+ dat Jezus aan de discipelen verscheen nadat hij uit de dood was opgewekt.