22 een houten altaar+ dat drie el hoog en twee el lang was. Het had hoekstijlen, en het voetstuk* en de zijkanten waren van hout. Vervolgens zei hij tegen me: ‘Dit is de tafel die vóór Jehovah staat.’+
12 ‘Maar jullie ontheiligen hem*+ door te zeggen: “De tafel van Jehovah is verontreinigd en de offers die erop komen, het voedsel, is iets walgelijks.”+