29 De hele stad raakte in rep en roer, en ze stormden met zijn allen het theater in. Ze sleurden de Macedoniërs Ga̱jus en Arista̱rchus,+ reisgenoten van Paulus, met zich mee.+
2 We gingen aan boord van een schip uit Adramy̱ttium dat de havens langs de kust van A̱sia zou aandoen, en voeren weg. Arista̱rchus,+ een Macedoniër uit Thessaloni̱ka, ging met ons mee.
10 Jullie krijgen de groeten van Arista̱rchus,+ mijn medegevangene, en ook van Barnabas’ neef Markus+ (over wie jullie de instructie hebben gekregen om hem vriendelijk te ontvangen+ als hij bij jullie komt),