DISAN
(Di̱san) [misschien: Antilope].
Een Seïriet, een stamhoofd van de Horieten in het land Edom (Ge 36:20, 21; 1Kr 1:38). Volgens Genesis 36:28 waren de zonen van „Disan” Uz en Aran, terwijl in 1 Kronieken 1:42 in de Hebreeuwse masoretische tekst, de Griekse Septuaginta en de Syrische Pesjitta wordt gezegd dat „Dison” hun voorvader is. Dit verschil in vocalisatie, waarschijnlijk het gevolg van een afschrijffout, wordt in veel vertalingen (GNB; Lu; NBG; NW; SV) opgelost door in beide teksten dezelfde weergave te gebruiken, zoals dat in de Latijnse Vulgaat (Clementina) het geval is.