Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 429-430
  • Gath

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gath
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gath
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Filistea, Filistijnen
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Achis
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Gittith
    Verklarende woordenlijst
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 429-430

GATH

[wijnpers].

Een stad van de Filistijnse asvorsten (1 Sam. 6:17, 18). Aangezien Gath in het O. van de vlakte van Filistea lag, speelde het een belangrijke rol in de afwisselende heerschappij die de Israëlieten en de Filistijnen over dit gebied uitoefenden. Gath was de geboorteplaats van Goliath en andere op reuzen gelijkende krijgslieden en werd ten tijde dat de Israëlieten de Jordaan overstaken om het Beloofde Land binnen te gaan, door de Enakieten bewoond (Joz. 11:22; 1 Sam. 17:4; 2 Sam. 21:15-22; 1 Kron. 20:4-8). De inwoners van Gath werden Gathieten genoemd. — Joz. 13:3.

Zowel de Efraïmieten als de Benjaminieten hadden schermutselingen met de Gathieten, zoals terloops in de geslachtsregisters vermeld wordt (1 Kron. 7:20, 21; 8:13). In de dagen van Samuël werd de buitgemaakte ark van het verbond naar Gath gebracht, hetgeen voor de inwoners van de stad rampspoedige gevolgen had (1 Sam. 5:8, 9). Kort daarop onderwierp Israël de Filistijnen, en bepaalde steden die de Filistijnen aan de Israëlieten ontnomen hadden, „bleven aan Israël terugkomen, van Ekron af tot Gath toe” (1 Sam. 7:14). Toen David later de Gathitische reus Goliath doodde, achtervolgden de Israëlieten de Filistijnen tot aan Ekron en Gath. — 1 Sam. 17:23, 48-53.

Hierna werd David gedwongen voor Saul te vluchten en nam hij de wijk naar Gath. Toen de dienaren van Achis, de koning van Gath, zeiden: „Is deze David niet de koning van het land?” werd David bevreesd en deed hij net alsof hij krankzinnig was om te kunnen ontkomen (1 Sam. 21:10-15). David componeerde twee psalmen die aan deze ervaring in Gath herinneren (Psalm 34 en 56, opschriften). Toen David echter opnieuw naar Gath kwam, stond Achis hem en 600 mannen toe veilig in de stad Ziklag te wonen, totdat Saul 16 maanden later om het leven kwam, waarop David naar Hebron trok (1 Sam. 27:2–28:2; 29:1-11; 2 Sam. 1:1; 2:1-3). In zijn klaaglied over Saul en Jonathan vermeldde David dat het bericht over Sauls dood de Filistijnse steden Gath en Askelon met vreugde en uitbundige blijdschap zou vervullen. — 2 Sam. 1:20.

Tijdens de regering van David vielen Gath en zijn onderhorige plaatsen in handen van de Israëlieten (1 Kron. 18:1). Toen David voor Absalom vluchtte, bevonden zich onder degenen die met hem meegingen, 600 „Gathieten” (2 Sam. 15:18). Maar tijdens Salomo’s heerschappij was Achis nog steeds koning van Gath (1 Kon. 2:39-41). Salomo’s opvolger Rehabeam herbouwde en versterkte Gath. — 2 Kron. 11:5-8.

Koning Hazaël van Syrië veroverde Gath op koning Joas van Juda, en wel enige tijd na diens 23ste regeringsjaar (876 v.G.T.) (2 Kon. 12:6, 17). Later moet de stad weer aan de Filistijnen zijn gekomen, want Uzzia heroverde haar in zijn veldtocht tegen hen (2 Kron. 26:3, 6). De profeet Amos en later ook Micha duiden Gath aan als een buitenlandse stad (Amos 6:2; Micha 1:10). Kort na 740 v.G.T. beroemde de Assyrische koning Sargon zich erop Gath te hebben veroverd. Daarna wordt er in de geschiedenis niet meer over Gath gesproken, en ook in de bijbel wordt Gath in de opsomming van Filistijnse steden niet meer genoemd. — Zef. 2:4; Jer. 25:17, 20; Zach. 9:5, 6.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen