Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 434-435
  • Gazelle

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gazelle
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gazelle
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Zibja
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Dorkas
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Dorkas
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 434-435

GAZELLE

[Hebreeuws: tseviʹ; Grieks: dorʹkas; Arabisch: ghazāl (waarvan het Nederlandse woord „gazelle” is afgeleid); de namen Zibja en Tabitha of Dorkas betekenen alle „gazelle” (2 Kon. 12:1; 1 Kron. 8:9; Hand. 9:36)]. Een snelvoetige en sierlijke, kleine antilopensoort. De oude Hebreeën kenden waarschijnlijk de Gazella dorcas, die men in Arabië, Egypte, Palestina en Syrië aantreft. Dit dier is ongeveer 1 m lang en heeft een schofthoogte van ongeveer 60 cm. Beide geslachten hebben liervormige, geringde horens, die wel 30 cm lang kunnen worden. De algemene kleur van deze gazelle is licht reebruin; donkere en lichte strepen tekenen het gezicht; de onderzijde en het achterdeel zijn wit. Het haar is kort en glad. Nog een gazellensoort waarmee de Israëlieten wellicht bekend zijn geweest, is de iets grotere, donkerder reebruine Gazella arabica.

In de Schrift wordt gezinspeeld op de snelvoetigheid van de gazelle, die tot de snelste zoogdieren behoort (Hoogl. 2:17; 8:14). De snelvoetigheid van Joabs broer Asaël en van zekere Gadieten werd vergeleken met de snelvoetigheid van de gazelle (2 Sam. 2:18; 1 Kron. 12:8). Volgens de voorzegging zou Babylons val zijn buitenlandse ondersteuners en aanhangers ertoe brengen als een gazelle naar hun respectieve landen te vluchten (Jes. 13:14). Dit dier wordt ook aangehaald als een voorbeeld van snel handelen wanneer het erom gaat aan een strik te ontsnappen. — Spr. 6:5.

In enkele van de levendige beschrijvingen die Het Hooglied bevat, wordt de gazelle waarschijnlijk wegens haar schoonheid en bevalligheid genoemd (2:9; 4:5; 7:3). De gazelle wordt ook vermeld in de eed waaronder de Sulammitische de dochters van Jeruzalem stelde en waardoor zij hun in feite bij alles wat mooi en bevallig is, bezwoer. — Hoogl. 2:7; 3:5.

Volgens de bepalingen van de via Mozes gegeven Wet mocht de gazelle worden gegeten (Deut. 12:15, 22; 14:4, 5; 15:22). Ze behoorde tot de dieren waarvan het vlees regelmatig op Salomo’s rijkgedekte tafel verscheen. — 1 Kon. 4:22, 23.

[Illustratie op blz 434]

Deze gazellensoort heeft een schofthoogte van ongeveer 60 cm

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen