KWARTIERMEESTER.
[Hebreeuws: sar menoe·chahʹ].
Mogelijk de beambte die het opzicht had over de rantsoenen en voorraden voor de troepen. Een letterlijke vertaling is „vorst van de rustplaats”, waarmee waarschijnlijk degene bedoeld wordt die het opzicht over de karavaan van de koning had wanneer de koning een veldtocht of een reis ondernam. Seraja was de kwartiermeester van koning Zedekia van Juda, die hij in het vierde jaar van diens regering vergezelde op de reis naar Babylon, terwijl hij de geschreven profetie van Jeremia tegen Babylon bij zich had. Nadat Seraja de profetie in deze stad hardop had gelezen, wierp hij ze, aan een steen gebonden, in de Eufraat, als teken dat Babylon in de toekomst zou vallen en nooit weer zou opstaan. — Jer. 51:59-64.