Onlusten kunnen het goede nieuws geen halt toeroepen
OP EEN dag in februari van dit jaar werd in Venezuela het langverwachte nieuwe economische programma aangekondigd. De prijzen van noodzakelijke levensmiddelen als melk, meel en brood werden met meer dan 100 procent verhoogd. De benzineprijzen zouden met 90 procent stijgen. De prijzen van het openbaar vervoer mochten van overheidswege met 30 procent omhooggaan. Het land was verbijsterd. Plotseling, op 27 februari, reageerden de mensen in het hele land met oproer.
De volgende ochtend was de situatie tot een climax gekomen en was het land het toneel van vernielingen en plundering. Op verscheidene plaatsen werden schoten gehoord. Jong en oud gingen als razenden tekeer in de straten van de steden, een spoor van vernielingen achterlatend dat het gebied op een slagveld deed lijken.
Die middag kondigde de president van het land de noodtoestand af en beperkte hij de constitutionele rechten gedurende tien dagen. Er werd een avondklok ingesteld voor de uren tussen 6.00 uur n.m. en 6.00 uur v.m. De volgende dag maakte de minister van Defensie bekend dat de avondklok tot nader order van kracht zou blijven. Het leger gebruikte zijn autoriteit om de situatie in de straten onder controle te krijgen, ongevraagd huizen binnen te gaan en mensen aan te houden en te fouilleren. „Tweehonderd doden en duizend gewonden in drie dagen van onlusten”, werd in één krant bericht.
Hoe verging het de gemeenten van Jehovah’s Getuigen tijdens de crisis? De broeders en zusters kregen de raad: Wees voorzichtig en vermijd haarden van onrust. Pas vergadertijden aan om aan de vereisten van de avondklok te voldoen en vermijd het om met grote groepen tegelijk te prediken. Toch ging de prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk door. — Matthéüs 24:14; 28:19, 20.
Omdat de ongelovige echtgenoot van een christelijke vrouw zich zorgen maakte om haar welzijn als zij de deur uitging om te prediken, verbood hij haar het huis te verlaten. „Je begrijpt niet dat ik mij van een verplichting moet kwijten”, zei ze tegen hem. „Weet je wat? Dan ga ik de bijbel met jou bestuderen!”
Deze vrouw is al 22 jaar een Getuige, en dit was nu de eerste keer dat haar man zich bereid toonde de bijbel te bestuderen. Hij waarschuwde echter: „Goed, zolang jij mij belooft niet de deur uit te gaan. Maar stel mij geen vragen, lees mij alleen voor.” Toch studeerde de zuster anderhalf uur met hem. „Het was een modelstudie, de beste studie die ik ooit in de 22 jaar dat ik in de waarheid ben, heb geleid”, zei ze, terwijl haar ogen vol tranen schoten.
In een ander geval veegde een pionierster de stoep voor haar huis aan toen zij werd aangesproken door een dame die gewoonlijk niet naar de Getuigen luisterde als zij bij haar aan de deur kwamen. „Ik heb jullie, Getuigen, de laatste tijd niet zien prediken”, zei de vrouw. „Vertel me alsjeblieft niet dat jullie niet meer prediken!”
De zuster legde uit dat zij alleen tijdens de onlusten met de prediking van huis tot huis waren opgehouden. „Maar er komt een dag dat wij niet meer tot de mensen zullen prediken, en dat zal het einde van de wereld betekenen”, zei de zuster. „U moet nu de gelegenheid aangrijpen en het aanbod aanvaarden van een bijbelstudie bij u thuis.”
„Wanneer kunnen wij daar een afspraak voor maken?”, vroeg de dame vlug. Op datzelfde moment werd er een afspraak gemaakt om met een huisbijbelstudie te beginnen.
Gelukkig is er een eind gekomen aan de onrust, zodat alles in het land weer normaal kan verlopen. Toch is het in zulke gespannen situaties een troost te weten dat er binnenkort een nieuwe wereld van rust en zekerheid komt. In Gods Woord wordt de belofte gegeven: „Er zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij overeenkomstig zijn belofte verwachten, en daarin zal rechtvaardigheid wonen” (2 Petrus 3:13). En zolang God het toelaat, zullen Jehovah’s Getuigen het goede nieuws van het Koninkrijk blijven prediken.
[Illustraties op blz. 31]
Onrust heeft de Koninkrijksverkondigers geen halt toegeroepen
[Verantwoording]
Foto Publicaciones Capriles, Caracas, Venezuela