Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-2 ‘Sadduceeën’
  • Sadduceeën

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Sadduceeën
  • Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vergelijkbare artikelen
  • Sadduceeën
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • De Sadduceeën uit Jezus’ tijd
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • „Wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën en Sadduceeën”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 2
it-2 ‘Sadduceeën’

SADDUCEEËN

(Sadduce̱e̱ën).

Een vooraanstaande religieuze sekte van het judaïsme waar veel priesters deel van uitmaakten (Han 5:17). Zij geloofden noch in de opstanding noch in engelen. — Han 23:8.

Wanneer precies de Sadduceeën als religieuze sekte ontstonden, is niet bekend. De eerste historische vermelding van hen bij name komt voor in de geschriften van Josephus, waarin te kennen wordt gegeven dat zij zich in de tweede helft van de 2de eeuw v.G.T. tegen de Farizeeën kantten (De joodse oudheden, XIII, x, 6). Josephus verschaft ook inlichtingen over hun leerstellingen. Het is echter de vraag of zijn voorstelling van zaken volledig in overeenstemming is met de feiten. In tegenstelling tot de Farizeeën, zo zegt Josephus, loochenden de Sadduceeën de invloed van het noodlot en beweerden zij dat iemand zelf verantwoordelijk was voor wat hem op grond van zijn eigen daden overkwam (De joodse oudheden, XIII, v, 9). Zij verwierpen de vele mondelinge overleveringen waaraan de Farizeeën zich hielden en ook het geloof van de Farizeeën in de onsterfelijkheid van de ziel en in straffen of beloningen na de dood. In hun onderlinge betrekkingen waren de Sadduceeën wat grof. Zij zouden ook twistziek geweest zijn. Volgens Josephus vonden hun leringen weerklank bij de rijken. — De joodse oudheden, XIII, x, 6; XVIII, i, 4; De joodse oorlog, II, viii, 14.

Johannes de Doper wees erop dat de Sadduceeën vruchten moesten voortbrengen die bij berouw pasten. De reden hiervoor was dat zij, net als de Farizeeën, zich niet aan Gods wet hadden gehouden (Mt 3:7, 8). Christus Jezus zelf vergeleek hun verderfelijke leer met zuurdeeg. — Mt 16:6, 11, 12.

Met betrekking tot hun geloofsovertuigingen zegt Handelingen 23:8: „De Sadduceeën zeggen dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farizeeën maken die alle in het openbaar bekend.” Een groep Sadduceeën probeerde Christus Jezus in verband met de opstanding en het zwagerhuwelijk in het nauw te brengen, maar hij snoerde hun de mond. Door naar de geschriften van Mozes te verwijzen, die de Sadduceeën voorgaven te aanvaarden, weerlegde Jezus hun bewering dat er geen opstanding is (Mt 22:23-34; Mr 12:18-27; Lu 20:27-40). Toen de apostel Paulus later voor het Sanhedrin stond, zaaide hij tweedracht in dat hoogste joodse gerechtshof door de Farizeeën tegen de Sadduceeën uit te spelen. Dit was mogelijk vanwege hun uiteenlopende religieuze zienswijzen. — Han 23:6-10.

Hoewel de Sadduceeën het in religieus opzicht niet eens waren met de Farizeeën, sloten zij zich bij hen aan in hun poging Jezus te verzoeken door hem om een teken te vragen (Mt 16:1), en beide groepen waren verenigd in hun verzet tegen hem. Uit de bijbel blijkt dat de Sadduceeën een voorname rol speelden in de pogingen Jezus om het leven te brengen. Enkele Sadduceeën waren lid van het Sanhedrin, dat een komplot tegen Jezus smeedde en hem later ter dood veroordeelde. Tot het gerechtshof behoorden de Sadduceeër en hogepriester Kajafas en kennelijk ook andere vooraanstaande priesters (Mt 26:59-66; Jo 11:47-53; Han 5:17, 21). Daarom waren er blijkbaar iedere keer dat er in de christelijke Griekse Geschriften sprake is van een bepaalde actie die door de overpriesters werd ondernomen, Sadduceeën bij betrokken (Mt 21:45, 46; 26:3, 4, 62-64; 28:11, 12; Jo 7:32). De Sadduceeën schijnen de leiding te hebben genomen in de pogingen die na Jezus’ dood en opstanding werden gedaan om de verbreiding van het christendom een halt toe te roepen. — Han 4:1-23; 5:17-42; 9:14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen