Voetnoot
a Toen Jehovah Mozes en Aäron aanstelde om ten behoeve van zijn volk tot Farao te spreken, zei hij tegen Mozes: „Ik heb u tot God voor Farao gemaakt, en Aäron, uw eigen broer, zal uw profeet worden” (Exodus 7:1). Aäron diende als een profeet, niet in de zin dat hij toekomstige gebeurtenissen voorzei, maar door Mozes’ woordvoerder of spreekbuis te worden.