zondag 13 februari
Als de voet zou zeggen: ‘Omdat ik geen hand ben, ben ik geen deel van het lichaam’, betekent dat nog niet dat hij geen deel van het lichaam is. — 1 Kor. 12:15.
Als je jezelf met anderen in de gemeente vergelijkt, kan het zijn dat je uit het oog verliest wat je zelf waard bent. Sommigen in de gemeente zijn talentvolle onderwijzers, goede organisatoren of bekwame herders. Misschien heb je het idee dat je nooit zo goed kunt zijn als zij. Dat laat zien dat je nederig en bescheiden bent (Fil. 2:3). Maar pas op. Als je jezelf constant vergelijkt met degenen die zulke opvallende talenten hebben, zul je in jezelf teleurgesteld raken. Misschien ga je zelfs denken dat je, zoals Paulus zei, helemaal niet thuishoort in de gemeente. Jehovah gaf christenen in de eerste eeuw gaven van de heilige geest, maar ze kregen niet allemaal dezelfde gaven (1 Kor. 12:4-11). Toch was elke christen waardevol. In deze tijd hebben we geen wonderbare gaven van de heilige geest. Maar het principe geldt nog wel. We hebben misschien niet allemaal dezelfde talenten, maar we zijn wel allemaal waardevol voor Jehovah. w20.08 22-23 ¶13-15
maandag 14 februari
Jehovah staat aan mijn kant, ik zal niet bang zijn. — Ps. 118:6.
Als je om moed en vrijmoedigheid bidt, zal Jehovah je gebeden verhoren en je nooit in de steek laten (Hand. 4:29, 31). Hij is er altijd om je te steunen. Denk erover na hoe hij jou heeft geholpen met problemen om te gaan en je de kracht heeft gegeven je leven te veranderen. Degene die zijn volk door de Rode Zee heen leidde, kan jou beslist helpen een discipel van Christus te worden (Ex. 14:13). Je kunt dezelfde overtuiging hebben als de psalmist die zei wat in de tekst voor vandaag staat. Jehovah kan ook nieuwe verkondigers helpen moedig te zijn. Neem de ervaring van een zuster die Tomoyo heet. De eerste huisbewoner die ze trof toen ze voor het eerst van huis tot huis ging schreeuwde: ‘Ik wil niks met Jehovah’s Getuigen te maken hebben!’ Daarna smeet ze de deur dicht. Maar Tomoyo was niet bang en zei tegen haar partner: ‘Hoorde je dat? Ik hoefde helemaal niks te zeggen. Ze wist meteen dat ik een Getuige was. Ik ben echt blij!’ Tomoyo is nu gewone pionier. w20.09 6 ¶13-14
dinsdag 15 februari
Asa deed wat goed en juist was in de ogen van Jehovah, zijn God. — 2 Kron. 14:2.
Asa zei tegen Juda dat het Jehovah was die ze rust had gegeven aan al hun grenzen (2 Kron. 14:6, 7). Hij dacht niet dat hij het in die periode rustig aan kon doen. Integendeel, hij begon steden, muren, torens en poorten te bouwen. Hij zei tegen het volk: ‘Het land is nog steeds in ons bezit.’ Wat bedoelde hij daarmee? Hij wilde duidelijk maken dat ze in het land dat God ze had gegeven overal naartoe konden gaan en er konden bouwen omdat er geen vijanden waren. Hij spoorde het volk aan die tijd van rust en vrede goed te benutten. Asa gebruikte de vredestijd ook om zijn leger te versterken (2 Kron. 14:8). Wil dat zeggen dat hij niet op Jehovah vertrouwde? Nee. Asa wist dat hij als koning de plicht had het volk voor te bereiden op problemen in de toekomst. Hij besefte dat er waarschijnlijk een eind zou komen aan de vrede, en dat gebeurde ook. w20.09 15 ¶4-5