zaterdag 19 februari
Toewijding aan God houdt een belofte in voor het leven nu en het leven dat zal komen. — 1 Tim. 4:8.
Als je een ouder bent, leer je kinderen dan door wat je zegt en doet dat je heel veel van Jehovah houdt. Het mooiste cadeau dat je ze kunt geven is de kans om van Jehovah te gaan houden. Een van de belangrijkste lessen die je ze kunt leren, is hoe ze kunnen vasthouden aan een goede routine van studie, gebed, vergaderingsbezoek en velddienst (1 Tim. 6:6). Natuurlijk moet je je kinderen op materieel gebied geven wat ze nodig hebben (1 Tim. 5:8). Maar bedenk wat ze zal helpen het einde van deze wereld te overleven en in Gods nieuwe wereld te komen — niet hun bezittingen maar hun hechte band met Jehovah (Ezech. 7:19). Het is hartverwarmend te zien dat zo veel christelijke ouders goede keuzes maken voor hun gezin. Kinderen die in zulke gezinnen opgroeien kunnen vaak vasthouden aan de goede gewoonten die ze hebben meegekregen, en daar hebben ze geen spijt van (Spr. 10:22). w20.10 28-29 ¶10-11
zondag 20 februari
Dat zal je zeker niet overkomen. — Matth. 16:22.
Petrus zei of deed soms dingen waar hij later spijt van kreeg. Toen Jezus bijvoorbeeld tegen zijn apostelen zei dat hij veel lijden zou ondergaan en zou sterven, begon Petrus hem de les te lezen en zei wat in de tekst voor vandaag staat (Matth. 16:21-23). Daarna werd hij door Jezus gecorrigeerd. Toen Jezus gearresteerd werd, sloeg Petrus in een opwelling een slaaf van de hogepriester zijn oor af (Joh. 18:10, 11). Opnieuw werd hij door Jezus gecorrigeerd. Verder had Petrus opgeschept dat de andere apostelen misschien vanwege Christus zouden struikelen, maar hij nooit (Matth. 26:33). Maar die overmoed maakte plaats voor mensenvrees, en Petrus verloochende zijn Meester drie keer. Zwaar ontmoedigd ‘ging hij naar buiten en huilde bitter’ (Matth. 26:69-75). Hij zal zich vast hebben afgevraagd of Jezus hem ooit kon vergeven. Petrus liet zich niet zozeer ontmoedigen dat hij het opgaf. Hij krabbelde weer overeind, en later vinden we hem terug bij de andere apostelen (Joh. 21:1-3; Hand. 1:15, 16). w20.12 20 ¶17-18
maandag 21 februari
Jullie, mannen, moeten begripvol met je vrouw blijven omgaan. Behandel je vrouw met respect, zoals een brozer voorwerp. — 1 Petr. 3:7.
Een gezinshoofd kan op allerlei manieren nederigheid tonen. Hij zal bijvoorbeeld geen volmaaktheid van zijn vrouw en kinderen verwachten. Hij luistert naar en houdt rekening met de mening van gezinsleden, ook als dat een andere mening is. Daarnaast is een nederige man bereid te helpen in het huishouden, zelfs als dat wordt bezien als vrouwenwerk. Waarom kan dat moeilijk zijn? ‘Waar ik vandaan kom,’ zegt een zuster die Rachel heet, ‘denken buren en familieleden dat een man geen “echte man” is als hij zijn vrouw helpt met de afwas of met schoonmaken. Dan denken ze dat hij haar niet onder de duim heeft.’ Als er in jouw omgeving ook zo wordt gedacht, bedenk dan dat Jezus de voeten van zijn discipelen waste ook al werd dat gezien als een klusje voor slaven. Een goed gezinshoofd maakt zich niet druk om hoe hij zelf overkomt maar om hoe het met zijn vrouw en kinderen gaat. w21.02 2 ¶3; 4 ¶11