woensdag 8 mei
Die hoop is voor ons als een anker voor de ziel, is zeker en vast. — Hebr. 6:19.
Hoop kan je kalmeren tijdens stormachtige beproevingen omdat je weet dat je weer in rustiger vaarwater zult komen. Vergeet niet dat Jezus ons waarschuwde voor vervolging (Joh. 15:20). Mediteer dus over de beloofde toekomst. Dat zal je helpen op koers te blijven. Hoop hielp Jezus standvastig te blijven toen hij een wrede dood in het vooruitzicht had. Met Pinksteren 33 citeerde Petrus een profetie uit de Psalmen die mooi beschrijft hoe kalm en vastberaden Jezus was: ‘Ik zal blijven hopen, want u zult me niet achterlaten in het Graf, en u zult niet toelaten dat wie loyaal is aan u, tot ontbinding overgaat. (...) U zult me veel vreugde geven in uw aanwezigheid’ (Hand. 2:25-28; Ps. 16:8-11). Jezus had de vaste hoop dat God hem zou opwekken en dat hij de vreugde zou ervaren met zijn Vader in de hemel te worden herenigd (Hebr. 12:2, 3). w22.10 24-25 ¶4-5
donderdag 9 mei
We struikelen allemaal heel vaak. — Jak. 3:2.
Op een gegeven moment lieten twee apostelen, Jakobus en Johannes, hun moeder aan Jezus vragen ze een belangrijke positie in het Koninkrijk te geven (Matth. 20:20, 21). Zo lieten Jakobus en Johannes zien dat ze trots en ambitieus waren (Spr. 16:18). Jakobus en Johannes waren niet de enigen die bij die gelegenheid slechte trekjes vertoonden. Het verslag zegt: ‘Toen de tien anderen dat hoorden, werden ze verontwaardigd op de twee broers’ (Matth. 20:24). Je kunt je voorstellen dat er een fikse ruzie was tussen Jakobus, Johannes en de andere apostelen. Hoe ging Jezus met de situatie om? Hij werd niet boos. Hij zei niet dat hij op zoek zou gaan naar betere apostelen, mannen die nederiger waren en altijd liefdevol met elkaar zouden omgaan. In plaats daarvan redeneerde hij geduldig met ze, want hij wist dat ze het juiste wilden doen (Matth. 20:25-28). Hij bleef ze op een vriendelijke manier helpen. w23.03 28-29 ¶10-13
vrijdag 10 mei
Wees wijs, mijn zoon, en verheug mijn hart, dan heb ik een weerwoord voor hem die mij belastert. — Spr. 27:11.
Heb jij je pas laten dopen? Denk eens aan alles wat je zo ver heeft gebracht. Je hebt de Bijbel grondig onderzocht, misschien wel een paar jaar lang. Door je studie ben je ervan overtuigd dat de Bijbel het Woord van God is. Maar belangrijker nog, je hebt de Auteur van dat heilige boek leren kennen en bent van hem gaan houden. Je liefde voor Jehovah werd zo groot dat je je aan hem opdroeg en je liet dopen. Dat is echt geweldig! Toen je naar de doop toe groeide, is je geloof vast weleens op de proef gesteld. Maar als je verder groeit, kom je voor nieuwe beproevingen te staan. Satan gaat proberen je liefde voor Jehovah te verzwakken en je van hem af te keren (Ef. 4:14). Dat mag je niet laten gebeuren. Wat kan je helpen om trouw te blijven aan Jehovah en je opdrachtsgelofte na te komen? Je moet door blijven groeien, ‘streven naar geestelijke volwassenheid’ (Hebr. 6:1). w22.08 2 ¶1-2