-
Inzicht in het nieuwsDe Wachttoren 1979 | 15 november
-
-
Inzicht in het nieuws
Hoe lang kunnen cellen leven?
● Veel geleerden geloven dat menselijke lichaamscellen een zogenoemde „genetische klok” bezitten die hun levensduur regelt, zodat ze zich slechts een beperkt aantal malen zullen delen voordat dit proces ophoudt en ze afsterven. Professor Eugene Bell en zijn medewerkers aan het Instituut voor Technologie in Massachusetts zijn het daarmee echter niet eens. „Onze experimenten tonen aan dat er geen innerlijk genetisch programma voor het verouderen van de cel bestaat”, schreef hij. „Ik denk dat organismen verouderen als gevolg van wisselwerkingen met hun omgeving.” In feite, zo merkt een verslag in de Medical Tribune op, „speculeerde [prof. Bell] dat normale cellen onder geschikte omstandigheden voor onbepaalde tijd buiten het lichaam kunnen leven”.
De bijbel onthult dat zulke „geschikte omstandigheden” zullen heersen op „een nieuwe aarde”, dat wil zeggen, onder een nieuwe mensenmaatschappij op aarde. De omgeving zal voor lichaamscellen dan van dien aard zijn dat ’de dood er niet meer zal zijn’. — Openb. 21:1-5.
Orthodoxe onverdraagzaamheid
● De Griekse krant Athens News bericht dat twee van Jehovah’s Getuigen onlangs gevangen zijn gezet voor respectievelijk 10 en 18 jaar „wegens weigering in het leger te dienen”. Athens News noemde de straf van 18 jaar „de zwaarste straf van dit soort in de recente geschiedenis van de vervolgde christelijke sekte in dit land”, en merkte op dat zulke straffen werden gegeven „ondanks het feit dat de Griekse regering onlangs een maximale periode van 4 jaar gevangenisstraf voor het vergrijp heeft vastgesteld om aan protesten van de Raad van Europa, verscheidene Europese parlementen en Amnesty International tegemoet te komen”.
Hoe kan zo’n onverdraagzaamheid nog steeds bestaan ondanks het feit dat er van internationale zijde druk wordt uitgeoefend om degenen die wegens hun geweten zijn gevangengezet, een menselijke behandeling te geven? Het antwoord aangevend, berichtte The Word, een Grieks-Orthodox tijdschrift dat in de Verenigde Staten wordt gepubliceerd, onlangs: „ATHENE — De hiërarchie van de Orthodoxe Kerk van Griekenland heeft een decreet uitgevaardigd waarin ze de sekte van Jehovah’s Getuigen bestempelt als ’antireligieus, tegen de staat gekant en omverwerpend’. De hiërarchie deed eveneens een verzoek aan de minister van Defensie, Evangelos Averof, om de wet die Jehovah’s Getuigen vrijstelling van militaire dienst verleent op grond van het feit dat zij gewetensbezwaarden zijn, op te schorten.” Met het oog op deze ontwikkelingen vraagt men zich af of Griekenland, als een van Europa’s meer liberale natiën, zijn voortreffelijke vooruitgang naar religieuze verdraagzaamheid zal handhaven of zal bezwijken voor de druk die van de zijde van religieuze dwepers wordt uitgeoefend. De tijd zal het leren.
„Holocaust”-vragen
● Toen miljoenen Duitsers onlangs naar „Holocaust” (slachting) keken, een gefingeerd televisieverslag over Hitlers uitroeiing van de joden, waren velen met afschuw vervuld. „Jonge mensen waren ontzet toen zij eraan werden herinnerd dat velen van hun ouders niet tegen de slachting hadden geprotesteerd”, aldus het tijdschrift Newsweek. „’Hoe en waarom kon zo iets gebeuren?’ vroeg een met afschuw vervulde jonge kijker. ’Waar waren de kerken?’”
De Canadese historicus J. S. Conway stelde dezelfde vraag in zijn boek The Nazi Persecution of the Churches 1933-1945. Hij vroeg: „Hoe konden zoveel achtenswaardige en verantwoordelijke geestelijken hun steun hebben gegeven, zelfs al was het slechts passief, aan het bedrijven van zulke misdaden als genocide? Wat voor koorts greep in deze paar korte jaren van nazi-tirannie zoveel miljoenen Duitse christenen, zowel evangelisch (luthers) als katholiek, aan?” Conway’s conclusie? „De Kerk was onvoorbereid en totaal ongeschikt om aan de situatie het hoofd te bieden.”
Aan de andere kant berichtte hij: „In tegenstelling tot de meegaandheid van de grotere kerken, handhaafden de Jehovah’s Getuigen hun leerstellige oppositie op het fanatieke af. . . . De weerstand van de Getuigen was voornamelijk geconcentreerd tegen elke vorm van samenwerking met de nazi’s.” Wat gaf hun zo’n kracht tegenover Hitlers partij? Historicus Conway antwoordt: „Hun argumenten baserend op een bijbels gebod, weigerden zij wapens op te nemen . . . op die manier waren zij allemaal praktisch ter dood veroordeeld. Velen ondergingen in feite de straf; . . . grote aantallen werden naar [het concentratiekamp] Dachau overgebracht.” Zij werden dus veeleer slachtoffers dan medeplichtigen van Hitler in de „Holocaust”.
-
-
Vragen van lezersDe Wachttoren 1979 | 15 november
-
-
Vragen van lezers
● Geeft Hebreeën 4:15, waarin wordt gezegd dat Jezus werd „beproefd”, te kennen dat God er niet zeker van was dat zijn Zoon getrouw zou zijn?
Neen, want niets in de Schrift wijst op een andere zienswijze dan dat Jehovah er zeker van was dat zijn Zoon zijn rechtschapenheid zou bewaren. In Hebreeën 4:15 wordt op iets geheel anders gedoeld. Er staat: „Want wij hebben als hogepriester niet iemand die geen medegevoel kan hebben met onze zwakheden, maar iemand die in alle opzichten evenals wij beproefd is, maar zonder zonde.”
Jehovah had voorzegd dat zijn Zoon, als de Messías, ondanks lijden zijn rechtschapenheid zou bewaren (Ps. 118:22; Jes. 53:3-7, 10-12). God had goede redenen om te vertrouwen dat zijn eniggeboren Zoon, hoewel deze een vrije wil behield, onder beproeving getrouw zou zijn.
Gedurende millennia van omgang en ervaring met zijn Zoon, leerde Jehovah hem kennen zoals niemand anders hem kende (Matth. 11:27; Joh. 10:14, 15). God kende de geesteshouding en hartetoestand van zijn Zoon door en door (Rom. 15:5). Hoewel het Woord de voornaamste schepping was, streefde hij er bijvoorbeeld niet naar aanbeden te worden, zoals wel het geval was met het geestelijke schepsel dat Satan werd (Fil. 2:5, 6). In tegenstelling tot de wetteloze engelen die vóór de Vloed in opstand kwamen, tracht de Zoon altijd zijn Vader te behagen. Daarom brengt de apostel Paulus de woorden van de psalmist op hem van toepassing, door te zeggen: „God is uw troon in eeuwigheid, en de scepter van uw koninkrijk is de scepter van rechtschapenheid. Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat” (Hebr. 1:8, 9; Ps. 45:6, 7). Bovendien heeft hij altijd belangstelling voor het welzijn van mensen gehad (Spr. 8:30, 31). En hij toonde herhaaldelijk zijn vertrouwen in de Vader, wiens wil hij oprecht wenste te doen (Jud. 9; vergelijk Johannes 12:27, 28). Dus zelfs voordat Jezus als mens werd geboren, kon Jehovah er zeker van zijn dat hij zijn rechtschapenheid zou bewaren.
Sommigen hebben de vraag gesteld: „Als Jezus nu toch had gezondigd?” Maar dat is eigenlijk nutteloze speculatie. Het is in strijd met de feiten. De werkelijkheid is dat hij niet heeft gezondigd. Jehovah’s vertrouwen in hem, waardoor Gods volmaakte kennis en wijsheid werd weerspiegeld, was gerechtvaardigd.
Hebreeën 4:15 richt onze aandacht op Jezus’ geschiktheid als hemelse Hogepriester. Door een volmaakte man, gelijkwaardig aan Adam, te worden en door zich tot in de dood getrouw te betonen, diende Jezus als het loskoopoffer (Hebr. 2:9). Maar als mens ervoer hij ook de soort van beproevingen en frustraties waarmee mensen die ernaar streven getrouw te zijn, te maken hebben, met inbegrip van degenen die als Jezus’ „broeders” en mederegeerders naar de hemel zullen gaan (Hebr. 2:14-17). Hij ondervond menselijke vermoeidheid en teleurstellingen. Meer nog, hij kwam tegenover beproevingen in de vorm van lijden en ontbering te staan. Paulus kon terecht zeggen dat Christus „iemand [is] die in alle opzichten evenals wij beproefd is”. Jezus werd daardoor vervolmaakt of geschikt gemaakt voor zijn rol als een Hogepriester die „medegevoel kan hebben met onze zwakheden”. Hoewel andere hogepriesters offers moesten brengen voor hun eigen zonden, is Christus als Hogepriester „zonder zonde”. Toch is hij, doordat hij net als wij vlees en bloed werd, „in staat op gematigde wijze” met ons „te handelen”. — Hebr. 4:15, 16; 5:1, 2, 8; 7:28.
Daarom kunnen wij uit Hebreeën 4:15 een aanmoediging putten. Deze schriftplaats duidt er niet op dat God geen vertrouwen in zijn Zoon had, doch in plaats daarvan dient ons vertrouwen erdoor versterkt te worden dat mensen Jehovah trouw kunnen zijn. Bovendien dient ze ons ervan te overtuigen dat wij, wanneer wij tot Jehovah naderen, een tere, meedogende en begrijpende Hogepriester hebben die ten behoeve van ons dienst verricht.
-
-
Een correctieDe Wachttoren 1979 | 15 november
-
-
Een correctie
Bij het vervaardigen van de Nieuwe-Wereldvertaling (in het Engels) werd in Leviticus 23:21 het Hebreeuwse יחיח („het zal zijn”) abusievelijk gelezen als יחוח („Jehovah”). Daarom dient de eerste zin van dit vers te luiden: „En gij moet op diezelfde dag een bekendmaking doen; er zal een heilige samenkomst voor u zijn.”
-