Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Wat kunt u zeggen?
    Ontwaakt! 1976 | 8 februari
    • dood een eind zal weten te maken. Zou een liefdevolle Schepper zijn intelligente schepping met dergelijke gevoelens begiftigen, zonder de hoop dat deze verlangens ooit vervuld zullen worden? Dat lijkt niet redelijk. Bovendien is het logisch dat wanneer er hoop is dat aan de dood een eind zal komen, de Schepper mensen ook over dit voornemen van hem zal informeren. Maar alvorens deze aangelegenheid te beschouwen, willen we eerst zien wat de dood is, en hoe en waardoor ze is ontstaan.

  • Wat wordt met de dood bedoeld?
    Ontwaakt! 1976 | 8 februari
    • Wat wordt met de dood bedoeld?

      VEEL mensen beschouwen de dood slechts als de poort naar een ander leven. Zij geloven dat de aard van iemands bestaan in zijn volgende leven, afhangt van de manier waarop hij nu zijn leven leidt. Aan de andere kant zijn er ook velen die geloven dat met de dood alle hoop op toekomstig leven verdwenen is.

      En zo zijn er heel wat strijdige ideeën over de dood; kan men met enige zekerheid zeggen wat er gebeurt wanneer een persoon sterft? Als we hierover een openbaring van ’s mensen Maker zouden bezitten, zouden we het zeker weten. De bijbel maakt er aanspraak op zo’n openbaring te zijn. Wat er derhalve in staat over de dood, zou een eind moeten maken aan elke onzekerheid die er omtrent dit onderwerp bestaat.

      Het eerste boek van de bijbel, Genesis, licht ons erover in dat de eerste mensen, Adam en Eva, het vooruitzicht op eindeloos leven hadden. De voortzetting van hun leven hing af van volmaakte gehoorzaamheid aan hun Maker, Jehovah God. Om hun gehoorzaamheid te beproeven, eiste Jehovah God dat zij zich ervan zouden onthouden van de boom der kennis van goed en kwaad te eten. Het was belangrijk dat Adam en Eva aldus beproefd werden. Slechts door zelf een juist respect te bezitten voor Gods recht om te bepalen wat goed en verkeerd is, konden zij hun nageslacht dit zelfde respect inprenten.

      Het was in verband met het gebod om niet van de boom der kennis van goed en kwaad te eten, dat God tot Adam zei: „Op de dag dat gij daarvan eet, zult gij beslist sterven” (Gen. 2:17). En toen Adam daarna van de verboden vrucht at, werd over hem de doodstraf uitgesproken, met de volgende woorden: „In het zweet van uw aangezicht zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem terugkeert, want daaruit werdt gij genomen. Want stof zijt gij en tot stof zult gij terugkeren” (Gen. 3:19). Voor Adam betekende de dood dus dat hij zou ophouden te bestaan en ten slotte tot de elementen van het levenloze stof zou terugkeren, waaruit hij ook geschapen was.

      Hoe staat het met de ziel?

      Maar was er geen onzichtbaar deel van Adam — een ziel — die na zijn dood bleef voortbestaan? Als Adam een ziel had, zou men kunnen zeggen dat er een basis voor een „ja”-antwoord bestond. Maar bezat hij die? Schrijvend over de schepping van Adam, bericht de bijbel: „Jehovah God ging ertoe over de mens te vormen uit stof van de aardbodem en in zijn neusgaten de levensadem te blazen, en de mens werd een levende ziel.” — Gen. 2:7.

      Merk op dat er niet over wordt gerept dat Adam een ziel zou hebben. In plaats daarvan „werd” hij „een levende ziel” toen zijn levenloze lichaam de „levensadem” kreeg ingeblazen. Adam was dus zelf een levende ziel en die ziel stierf. Ezechiël 18:4 bevestigt dit begrip, door over de ziel op te merken: „Alle zielen — mij [God] behoren ze toe. Zoals de ziel van de vader zo eveneens de ziel van de zoon — mij behoren ze toe. De ziel die zondigt, díe zal sterven.”

      Na de geloofsleer dat de ziel een afgescheiden deel van de mens zou vormen en de dood van het lichaam zou overleven, aan een nauwkeurig onderzoek te hebben onderworpen, zijn reeds vele mensen tot de ontdekking gekomen dat dit geen bijbelse leerstelling is, doch in plaats daarvan een opvatting die haar oorsprong vindt in de Griekse filosofie.

      In de Franse krant Le Monde van 8 november 1972 (blz. 13) stond een uitspraak van de Franse auteur en filosoof Roger Garaudy, die onder meer opmerkte dat de Griekse filosofie „het christendom eeuwenlang misleid heeft”. We lezen verder: „Het dualisme van ziel en lichaam en de daaruit voortspruitende mythe van de onsterfelijkheid van de ziel . . . zijn Platonische theorieën die niets met het christendom of de bijbel hebben uit te staan.”

      Professor Claude Tresmontant maakt in zijn boek Le problème de l’âme, de volgende opmerking: „Het is absurd om net als de Platonische en Cartesiaanse traditie heeft gedaan, te zeggen dat de mens . . . is samengesteld uit een ziel en een lichaam. . . . Men mag feitelijk niet zeggen: ’Ik heb’ een ziel, omdat dit de bezitter anders zou maken dan de ziel die hij bezit. Men zou moeten zeggen: ’Ik ben een levende ziel.’” — Blz. 180, 181.

      In een publikatie voor evangelisch onderricht erkent E. Busch: „De leer dat bij de dood lichaam en ziel gescheiden worden, vond vanuit de Griekse filosofie haar weg in de leer van de kerk. . . . De mens kan niet gescheiden worden in lichaam en ziel, als zou de dood alleen van invloed zijn op het lichaam, en niet op de ziel. De gehele mens is een zondaar, en de gehele mens, met lichaam en ziel, gaat volgens de leer van Paulus in 1 Kor. 15 de dood in.”

      De manier waarop de bijbel de toestand van de doden beschrijft, verschaft daarnaast nog extra bewijzen dat de ziel niet de dood van het lichaam overleeft om haar bewuste bestaan elders voort te zetten. Klagend over zijn bedroevende lot, riep de getrouwe Job uit: „Waarom ben ik niet vanaf de moederschoot terstond gestorven? . . . ik zou nu neergelegen hebben om ongestoord te zijn; ik zou dan geslapen hebben; ik zou rust hebben” (Job 3:11, 13). In Prediker 9:5, 6 lezen wij: „De levenden zijn zich ervan bewust dat zij zullen sterven, maar wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust . . . Ook hun liefde en hun haat en hun jaloezie zijn reeds vergaan.”

      Merk op dat de Schrift de onbewuste toestand van de doden met een slaap vergelijkt. Net als iemand die een gezonde slaap geniet, zich onbewust is van wat er om hem heen gebeurt, zo zijn ook de doden zich van niets bewust. Dit wordt ondersteund door wat men heeft waargenomen bij personen die weer tot leven gebracht

Nederlandse publicaties (1950-2027)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen