-
Loyaliteit de beproevingDe Wachttoren 1952 | 1 december
-
-
Jakobus noemde dit „de koninklijke wet”. Daar waar Schriftuurlijke verantwoordelijkheden ten opzichte van ons gezin weinige zijn, dienen zij die zich aan Jehovah hebben opgedragen, zich af te vragen of zij zich ten volle aan de dienst geven. Ons wordt niet bevolen Caesar lief te hebben met geheel onze sterkte, en het is onmogelijk al onze liefde en sterkte tegelijkertijd aan Jehovah en aan Caesar te geven. Wegens de mogelijke aanspraken op onze tijd en sterkte door anderen dan Jehovah, zullen er beproevingen komen, en iedereen moet beslissen wie hij het eerst wil gehoorzamen. Misschien zal u worden opgedragen een daad te verrichten die ongehoorzaamheid aan de „koninklijke wet” zou betekenen overeenkomstig de schriftuurplaats: „Gij moet uw naaste liefhebben als u zelf” (Jak. 2:8, NW). Vraag u zelf af: Zoudt gij u zelf op een dergelijke wijze pijn doen? Zo niet, dan moet gij God het eerst gehoorzamen. Uw loyaliteit aan Jehovah en zijn wet zal u een rein en zuiver geweten geven en u een beloning schenken. Jehovah’s wetten zijn universeel verheven. Er kunnen aan de broeders eisen worden gesteld wegens onvoorziene situaties en nare omstandigheden, maar houd altijd in gedachten dat geen enkele situatie uw primaire verantwoordelijkheid tegenover de alvermogende, almachtige en alwijze Schepper kan opheffen. Loyaliteit wordt beproefd. Gehoorzaam eerst God en vertrouw volledig op hem en het resultaat zal goed zijn, terwijl de uitkomst wanneer gij toegeeft aan deloyaliteit, zover het u aangaat, rampspoedig zal zijn. Overdenk Gods Woord en wil, en handel daarna dienovereenkomstig. Luister naar Jehovah’s grote Profeet, Christus Jezus, en gij zult leven.
-
-
Vragen van lezersDe Wachttoren 1952 | 1 december
-
-
Vragen van lezers
● Waarom publiceert het Wachttoren Genootschap geen vereenvoudigde stof, die door ouders kan worden gebruikt bij het onderwijzen van Bijbelse waarheden aan hun kinderen? — Een vraag gebaseerd op vragen die veelvuldig door lezers worden gesteld.
Jehovah God belast de ouders zelf met de verantwoordelijkheid hun kinderen te onderwijzen. „Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat” (Deut. 6:6, 7, NBG). Op andere plaatsen worden overeenkomstige voorschriften herhaald (Gen. 18:17-19; Deut. 4:9, 10; 11:19-21; Ps. 78:1-8; Jes. 38:19). Dit beginsel bleef, ter navolging door Christelijke ouders, van kracht. Na kinderen te hebben aangeraden hun ouders te gehoorzamen, gaat de apostel Paulus verder: „En gij, vaders, irriteert uw kinderen niet, maar gaat voort hen groot te brengen in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah.” — Ef. 6:4, NW.
Het is waar dat Jehovah tezamen met zijn Wet in een priesterschap voorzag, waarvan de leden het volk moesten onderwijzen (Mal. 2:7). Het is eveneens waar dat, toen het Wetsverbond eindigde en het Christendom werd gesticht, er een voorziening werd getroffen voor een nieuw priesterschap dat zou dienen in het belang van de behoefte van gehoorzame mensen, waarbij tegenwoordig een georganiseerde „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse is inbegrepen, die de opdracht heeft ontvangen „hun hun voedsel te geven op de juiste tijd”, waarmede geestelijk voedsel wordt bedoeld (Matth. 24:45-47; Hebr. 3:1; 1 Petr. 2:9; Openb. 20:6, NW). Maar op grond hiervan kunnen wij niet beweren dat de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse speciale boeken voor kinderen moet publiceren. De priesters in Israël schreven geen speciale boekrollen die door de kinderen moesten worden bestudeerd. Gods wet voorzag niet in speciaal onderwijs van groepjes kinderen, afgescheiden van volwassenen. Jong en oud moesten tezamen bijeenkomen voor onderwijs (Deut. 31:10-13). Hetzelfde is tegenwoordig het geval. De „getrouwe en beleidvolle slaaf” dient het geestelijk voedsel op en treft regelingen voor verschillende soorten van vergaderingen der gemeenten, ten einde het voor allen, jong en oud tezamen, verkrijgbaar te stellen. Evenals de ouders in Israël deze dingen in hun gedachten moesten vastleggen opdat zij ze later hun kinderen konden inscherpen, moeten ouders tegenwoordig ook de waarheid voor hun kinderen vereenvoudigen en verduidelijken. Noch het priesterlijke onderwijs in Israël noch de voorziening van de „beleidvolle slaaf” voor de theocratische organisatie van vandaag, was of is uitsluitend voor kinderen.
Geen van de zes en zestig boeken van de Bijbel werd speciaal voor kinderen geschreven. Van kindsbeen af werd Timotheüs door zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunice onderwezen, niet uit een of ander studieboek voor kinderen maar uit de Heilige Schrift (2 Tim. 1:5; 3:15). De voorbeeldige theocratie voorzag niet in vereenvoudigd studiemateriaal voor kinderen. Noch werd daar in de dagen van Jezus en de apostelen een voorziening voor getroffen. Thans behoeft dat evenmin te worden gedaan. De stof aanpassen aan de geestvermogens van het kind is de taak waarmede God de ouders belast. Het is nuttig voor de ouder. Het zal maken dat de ouder zelf ijverig studeert, want men moet eerst zelf een grondige kennis bezitten, wil men haar duidelijk en eenvoudig aan anderen kunnen uitleggen. Deze zelfde kennis kan met groot nut in de velddienst worden gebruikt bij hen die aldaar worden aangetroffen en die zo niet in jaren, dan toch in kennis jonge kinderen zijn. Het is raadzaam voor ouders geregeld met hun kinderen te studeren, en daarbij de bijartikelen in De Wachttoren te gebruiken. De artikelen dienen te worden gelezen en besproken terwijl er vragen worden gesteld en beantwoord. En door voor studie van dezelfde publicatie gebruik te maken als volwassenen, zullen de kinderen meer een gevoel krijgen dat zij deel uitmaken van de regelingen van de organisatie, en niet een gevoel alsof zij een afgescheiden, minderwaardige groep zijn.
De ouders en andere volwassenen die denken dat kinderen te jong zijn om ernstige dingen te leren, dienen de volgende verklaring te overdenken welke wordt gedaan in een dit jaar uitgegeven brochure over de belangrijkheid van het geven van religieus onderricht aan kinderen van zeer jonge leeftijd: „Opvoeders beweren nadrukkelijk dat geen kind te jong is om te leren. Ja, zij houden vol dat er gedurende de eerste drie jaren evenveel wordt geleerd als gedurende de gehele rest van hun leven!” Leren zij in de eerste paar levensjaren niet een zeer moeilijke taal? Vergeet niet hoe moeilijk het zelfs voor een volwassene is, een nieuwe taal te leren. Onderschat de geestvermogens van kinderen niet. Zij zullen u versteld doen staan over hetgeen zij kunnen leren, over hun begrip van dingen waarvan u dacht dat ze hun verstand te boven gingen.
Ouders gaan getuigenis geven en getroosten zich veel moeite de boodschap aan de mensen op hun huis-Bijbelstudiën uit
-