-
„In lieflijke plaatsen” met Jehovah’s organisatieDe Wachttoren 1963 | 1 augustus
-
-
Hoffmann, onlangs nog tegen mij: „Het is alsof je hier in een hersteld paradijs leeft.”
Bovendien heb ik de afgelopen dertig jaar steeds dezelfde vriend en kamergenoot gehad, broeder E. Clay, wiens levensgeschiedenis u misschien al hebt gelezen; nu delen wij echter een prachtige kamer met een fraai uitzicht op het zuiden, en met een extra raam dat uitziet op glooiende velden, bomen en de ondergaande zon in al haar glorie.
Doordat ik acht heb geslagen op de stem van Gods organisatie, kan ik, evenals duizenden van mijn christelijke broeders, met de woorden van de psalmist David zeggen, dat ’de meetsnoeren mij in lieflijke plaatsen zijn gevallen’. — Ps. 16:6, OB.
-
-
Juda — Hij die er blijk van gaf superieur te zijnDe Wachttoren 1963 | 1 augustus
-
-
Juda — Hij die er blijk van gaf superieur te zijn
HET is altijd de moeite waard een studie te maken van bijbelse figuren. Daardoor leren wij namelijk enkelen van de meest bewonderenswaardige en hartverwarmende persoonlijkheden kennen die er ooit hebben geleefd, terwijl wij tevens de menselijke aard beter leren begrijpen — op zichzelf reeds een fascinerende studie. Daarnaast krijgen wij waardevolle lessen over de wijze waarop wij Gods rechtvaardige beginselen in ons leven dienen toe te passen en vernemen wij wat de beloning hiervoor is.
Tot deze bijbelse figuren behoort Juda, een van de twaalf zonen van de patriarch Jakob. Weliswaar beging hij soms een misstap, maar naarmate het verslag zich ontvouwt, zien wij hem geleidelijk aan krachtiger en rijper worden, totdat hij ten slotte, zonder bepaalde listen van zijn kant, naar voren treedt als degene die boven zijn broers uitmuntte en de voorvader van de Messias werd: „Juda zelf bleek superieur te zijn onder zijn broers, en degene die leider zou worden, was uit hem.” — 1 Kron. 5:2, NW.
Juda was de vierde zoon van Jakobs minst geliefde vrouw Lea. Uit erkentelijkheid jegens Jehovah, omdat Hij haar een vierde zoon had gegeven, noemde zij hem Juda, wat „Geloofd; [Voorwerp van] Lof” betekent. Ongetwijfeld heeft deze door dankbaarheid gekenmerkte geesteshouding van Lea zich weerspiegeld in de zorg en genegenheid die zij Juda betoonde en ertoe bijgedragen dat Juda een goede persoonlijkheid ontwikkelde. — Gen. 29:35.
Juda volgde, omdat hij de vierde zoon was, volkomen vanzelfsprekend eerst de leiding van zijn oudere broers. Toen hun enige zuster, Dina, bijvoorbeeld door een van de Kanaänitische vorsten geweld werd aangedaan — hoewel deze niettemin graag met haar wilde trouwen — sloten zowel Juda als de anderen zich bij Simeon en Levi aan om bloedig wraak te nemen. In hun brooddronken wraakzucht plunderden zij de gehele stad van de betreffende vorst. Destijds had hun vader Jakob hen er streng om gekritiseerd, hoewel wij pas uit zijn sterfbedprofetie vernemen hoe erg hij het wel vond, want daarin zegt hij over zijn tweede en derde zoon: „Simeon en Levi zijn broers. Instrumenten van geweld zijn hun slachtwapens. Kom niet in hun intieme groep, o mijn ziel. Word niet met hun gemeente verenigd, o mijn geestesgesteldheid, want in hun toorn hebben zij mannen gedood en eigenmachtig hebben zij stieren verlamd. Vervloekt
-