„In gelid geschaard”
„Al dezen waren krijgslieden, in gelid geschaard; met een onverdeeld hart kwamen zij naar Hebron, om David koning over geheel Israël te maken.” — 1 KRONIEKEN 12:38.
1. Met het oog op welke dringende situatie in deze tijd moeten wij waakzaam zijn?
LAAT luid de strijdkreet weerklinken! Laten alle moedige getuigen van Jehovah aantreden om zich van hun plicht te kwijten! De oorlog tegen de vijand nadert een kritiek stadium. De dagen zijn dringend. Wij kunnen het ons niet veroorloven het gemakkelijker aan te gaan doen of ons in slaap te laten sussen door de gedachte dat de strijd is verflauwd. Dat zou de vijand ons graag willen laten geloven, omdat hij weet dat zijn tijd kort is. Wij kunnen dan ook verwachten dat de vijand een plotselinge aanval zal doen in de hoop dat hij de strijders voor waarheid onverhoeds kan overmeesteren. — 1 Thess. 5:1-6.
2. Waarom behoeven Jehovah’s Getuigen hun vijanden niet te vrezen? (Ps. 24:8)
2 Jehovah beziet zijn getrouwe getuigen in deze tijd als strijders in een geestelijke oorlogvoering die snel een hoogtepunt zal bereiken. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, wordt Jehovah „een manlijk persoon van oorlog” wiens rechterhand zijn vijanden kan verpletteren en neerwerpen (Ex. 15:3, 6, 7). Zijn belofte aan de Israëlieten uit de oudheid, die door zijn engel geleid zouden worden, geldt nog steeds: „Indien gij zijn stem strikt gehoorzaamt en werkelijk alles doet wat ik zal spreken, dan zal ik stellig vijandig tegenover uw vijanden zijn en benauwen die u benauwen.” — Ex. 23:20-22.
3. (a) Beschrijf Jezus’ positie sinds 1914 G.T. (b) In welke oorlog is hij gewikkeld? (c) Waarom worden de gezalfde volgelingen van Jezus thans aangevallen?
3 Profetische waarheden onthullen voor onze ogen des geloofs dat de verheerlijkte Christus Jezus sinds de herfst van het jaar 1914 G.T. door Jehovah is aangesteld als de Opperbevelhebber van de hemelse legerscharen strijdvaardige engelen (Ps. 110:1, 2; Matth. 25:31). Hij heeft deze strijdkrachten in een snelle actie tegen de Duivel en zijn engelen aangevoerd, waardoor de hemel werd gereinigd van hun verontreinigende aanwezigheid en al deze demonen werden gedwongen zich in de omgeving van onze aardse planeet op te houden. Terwijl Christus Jezus thans wacht op het door Jehovah te geven definitieve signaal om de vijand te vernietigen, leidt hij over de gehele aarde een zichtbare activiteit waarbij eveneens oorlogvoering is betrokken (Openb. 12:7-9). Satan en zijn demonenhorden, die beseffen dat hun tijd kort is, voeren woedend oorlog tegen de overgeblevenen van de gezalfde volgelingen van Jezus. Waarom? Omdat zij gehoorzaam het Koninkrijk van hun God en zijn Christus bekendmaken. — Openb. 12:17.
’Soldaten van Christus Jezus’
4. Leg uit wat het wil zeggen „een voortreffelijk soldaat van Christus Jezus” te zijn.
4 Hieruit volgt dat allen die zich met het overblijfsel van Gods gezalfde volk verbinden en hen terzijde staan, eveneens het doelwit van deze gevaarlijke aanvalsoorlog worden. Voor een ieder die aldus in deze tijd als een van Jehovah’s Getuigen dienst verricht, geldt daarom Paulus’ bezielende aansporing: „Draag als een voortreffelijk soldaat van Christus Jezus uw deel in het lijden van kwaad. Niemand die als soldaat dient, verwikkelt zich in de zakelijke bezigheden van het leven, opdat hij de goedkeuring moge verwerven van degene die hem als soldaat in dienst heeft genomen” (2 Tim. 2:3, 4). Elke andere activiteit in het leven moet op de tweede plaats komen vergeleken bij onze dienst voor Jehovah’s grote Opperbevelhebber.
5. (a) Hoe beschrijft Paulus de geestelijke oorlogvoering van een christen? (b) Welk vastberaden besluit hebben christelijke soldaten genomen, en wat zal hen aanmoedigen in de strijd?
5 De realiteit en aard van deze geestelijke oorlogvoering wordt ons duidelijk wanneer wij nadenken over de volgende vermaningen van de apostel Paulus: „Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen oorlog overeenkomstig datgene wat wij zijn in het vlees. Want de wapenen van onze oorlogvoering zijn niet vleselijk, maar krachtig door God tot omverwerping van sterk verschanste dingen. Want wij werpen redeneringen omver en elke hoogte die wordt opgericht tegen de kennis van God, . . . en wij houden ons gereed om bestraffing toe te dienen voor elke ongehoorzaamheid, zodra uw eigen gehoorzaamheid volledig is betracht” (2 Kor. 10:3-6; zie ook Efeziërs 6:12). Als soldaten van Christus Jezus willen wij voor het oog van allen aantonen dat wij ons aan zijn oorlogsbevelen onderwerpen en altijd klaar staan om volgens de door hem verkozen strategie te werk te gaan. Laten wij, ten einde aangemoedigd te worden met betrekking tot de geestelijke strijd die wij voeren, Gods Woord ter hand nemen en terugbladeren in de geschiedenis naar een historische gebeurtenis in het Israël uit de oudheid. In dit boeiende relaas kunnen wij betekenisvolle profetische voorafschaduwingen aantreffen van gebeurtenissen die thans plaatsvinden. — Rom. 15:4; 1 Kor. 10:11.
Een keuze van koningschap — in het verleden en thans
6. Beschrijf de gebeurtenissen die ertoe leidden dat David als koning werd aanvaard en hoe dit invloed uitoefende op afzonderlijke personen.
6 Beschouw de situatie eens in de tijd van koning David, Gods keuze als koning voor geheel Israël. Na de dood van Saul waren de mannen van Juda de eersten die erkenden dat God David als hun koning had gekozen. De overige stammen kozen Sauls zoon Isbóseth als koning, hetgeen ertoe leidde dat er voortdurend strijd woedde (2 Sam. 2:1-11; 3:1). Toen Isbóseth ongeveer twee jaar later werd vermoord, werd voor de andere stammen de weg gebaand om zich bij Juda aan te sluiten. Na verloop van tijd werd David dan ook over geheel Israël gezalfd (2 Sam. 4:5-12; 5:1-3). Maar in de tussenperiode moesten veel afzonderlijke personen beslissen wie zij zouden dienen. Zij moesten de geloofsbrieven van deze jonge man David beschouwen. Was hij werkelijk Gods gezalfde? Was hij degene die Jehovah’s zegen zou hebben, in tegenstelling tot Saul, die door God was afgekeurd? Zou David de legers van Israël met succes tegen de omringende vijanden kunnen aanvoeren?
7. Wat was bij het aanvaarden van Davids koningschap betrokken?
7 Klaarblijkelijk namen sommige Israëlieten een beslissing ten gunste van het veroordeelde huis van Saul. Anderen namen een beslissing op grond van wat hun persoonlijk opportuun leek. Weer anderen bleven besluiteloos. Maar vroeg of laat moest er een keus worden gedaan, en wat een geluk viel degenen ten deel die van ganser harte verkozen Davids koningschap te steunen! Deze personen waren niet zelfzuchtig of kozen niet de weg van de minste weerstand. Zij waren niet tweeslachtig. De steun die zij Jehovah’s koning verleenden, bracht hen er veeleer toe zich als Davids onderdanen en soldaten actief voor zijn koningschap in te zetten. In 1 Kronieken 12:22 wordt hierover bericht: „Van dag tot dag bleven er mensen tot David komen om hem te helpen, tot het een groot kamp was, als het kamp van God.”
8. Hoe worden degenen die Davids koningschap aanvaardden in Eén Kronieken 12:32, 38 geïdentificeerd?
8 Uit de details van het bericht merken wij op dat zich onder al deze mensen personen bevonden „die de tijden wisten te onderscheiden, om te weten wat Israël moest doen” (1 Kron. 12:32). Zij waren niet lauw in hun trouw jegens de koning. Zij waren goed bewapend ten einde zich aan te bieden als personen die gereed waren onder aanvoering van David de strijd aan te binden. Zij verwachtten niet een gemakkelijk leventje te kunnen leiden, maar zij ’onderscheidden de tijden’ en wisten dat het koninkrijk omringd was door vijanden die op het punt stonden Israël op te slokken en de aanbidding van Jehovah uit te roeien. Degenen die van de oostzijde van de rivier de Jordaan kwamen, waren „krijgslieden, in gelid geschaard” en gereed om „met een onverdeeld hart” onder David dienst te verrichten. — 1 Kron. 12:38.
9. (a) Treffen wij een hedendaagse parallel aan van de situatie die in Davids tijd bestond? (b) Met welke strijdvraag worden alle mensen thans geconfronteerd?
9 Hoe opwindend is het thans met onze eigen ogen te aanschouwen dat zich een hedendaags tegenbeeld van die situatie voor onze blik ontvouwt! De Grotere David, Christus Jezus, is door Jehovah gekozen en regeert thans als hemelse Koning. De wereldse natiën zijn tegen zijn koningschap gekant. Zij dreigen de onderdanen van de Koning op aarde uit te roeien (Ps. 2:1-3). Daarom wordt er over de gehele wereld op afzonderlijke personen een beroep gedaan een standpunt in te nemen ten gunste van een van beide zijden van de strijdvraag. Deze strijdvraag luidt: Zijn zij voor of tegen het koninkrijk van Jehovah’s Zoon? Talloze mensen zijn besluiteloos. Anderen bepalen hun standpunt uitsluitend op grond van wat hun opportuun lijkt, waarbij zij alleen maar zelfzuchtig hun eigen persoonlijke veiligheid op het oog hebben en beschouwen in hoeverre zij er beter van zullen worden. — Zef. 2:2, 3; Joël 3:14.
10. (a) Waarom zijn velen besluiteloos met betrekking tot het aanvaarden van Christus’ koningschap? (b) Welke verantwoordelijkheid rust thans op Jehovah’s Getuigen?
10 Naarmate de vermaardheid van Gods koninklijke vertegenwoordigers op aarde zich op voortdurend grotere schaal verbreidt, worden steeds meer mensen in de gelegenheid gesteld een verstandige keus te doen (Micha 4:1-3; Zach. 8:23). Velen zijn alleen maar besluiteloos omdat zij niet op de hoogte zijn van de feiten; zij onderscheiden niet wat de betekenis is van deze tijd en hoe dringend het voor hen is een krachtig standpunt voor Gods koninkrijk in te nemen. Zeer veel mensen staan derhalve nog steeds onder de invloed van satanische propaganda en verkeren in gevaar te zamen met Satan en zijn handlangers naar de vernietiging te worden gevoerd. Vandaar dat tot alle getuigen van Jehovah de dringende oproep wordt gedaan zich gewapend en toegerust voor de strijd tegen de vijand, aan de zijde van de Grotere David, Christus Jezus, te scharen. — Vergelijk Matthéüs 12:30.
Wie zijn geschikt voor de strijd?
11. Leg uit hoe Jezus liet zien op welke wijze onze gehoorzaamheid aan Christus ’volledig betracht’ kan worden.
11 Alle soldaten van Christus moeten in hun geestelijke oorlogvoering aan enkele zeer belangrijke vereisten voldoen. Paulus toonde bijvoorbeeld aan hoe hun eigen gehoorzaamheid aan de Christus ’volledig betracht’ moest worden (2 Kor. 10:5, 6). Hoe kunnen wij vaststellen of dit thans in onze eigen handelwijze en houding wordt weerspiegeld? De volgende vragen zullen ons helpen dit met betrekking tot onszelf vast te stellen:
Hebben wij onze dienst voor God en Christus werkelijk ver boven welke menselijke verhouding maar ook gesteld? (Matth. 10:37)
Hebben wij elke ambitie om rijk te worden in materiële dingen of om in wereldse kringen een goede reputatie te genieten, laten varen? (Luk. 6:20-26)
Willen wij graag onze Leider en Bevelhebber behagen in plaats dat wij ons bezorgd maken over de dingen die Jehovah volgens zijn belofte zou verschaffen — voedsel, kleding en onderdak? (Matth. 6:25-32)
Zijn wij ermee opgehouden onze medesoldaten van Christus te oordelen en te kritiseren, zodat wij geen onenigheid en tweedracht in de heilige gelederen zaaien? (Luk. 6:37; Ps. 133:1-3)
Hebben wij onze broeders en zusters werkelijk lief en zoeken wij het welzijn van allen die in deze geestelijke oorlogvoering tegen Gods vijanden zijn ingelijfd? (Joh. 13:35; 1 Petr. 4:8)
Dit zijn onderzoekende vragen die al Christus’ volgelingen persoonlijk moeten beantwoorden.
12. Hoe kunnen vrienden en vijanden van Gods koninkrijk geïdentificeerd worden? (Matth. 25:31-46)
12 Nog een belangrijke kwestie die in onze christelijke oorlogvoering beschouwd moet worden, is dat wij duidelijk de kloof moeten zien die tussen Gods reine organisatie en de toegeeflijke, immorele organisaties van deze wereld bestaat (Gen. 3:15; Ps. 97:10). Elkaar bestrijdende legers moeten een duidelijk onderscheid kunnen maken tussen vriend en vijand. Dit wordt mogelijk gemaakt door hun kenmerkende uniformen en wapenuitrusting. Wij zijn onderwezen in het voortbrengen van de vruchten van de geest van God. Wij zijn opmerkzaam gemaakt op de werken van het vlees, die net als vruchten eveneens openbaar zijn (Gal. 5:19-24). Er is dus beslist geen sprake van een niemandsland tussen Gods organisatie en Satans organisatie.
13. Wat wordt in onze geestelijke oorlogvoering door de geregelde vergaderingen beoogd?
13 Tonen wij bovendien door onze handelwijze dat wij ons geregeld ’bewust zijn van onze geestelijke nood’? (Matth. 5:3; Hebr. 10:25) In een letterlijke oorlog is het van het grootste belang dat de officieren en manschappen instructievergaderingen bijwonen, zodat zij up-to-date blijven met de troepenbewegingen op het slagveld en ook precies weten wat de laatste strategische zetten van de vijand zijn. Evenzo zijn onze bijeenkomsten in de Koninkrijkszaal of elders voor een ieder van ons uiterst belangrijk, opdat wij geregeld door het Woord van God en zijn heilige geest worden gesterkt en op de hoogte worden gehouden van de troepenbewegingen van de vijand. — 1 Petr. 5:8.
14. Hoe kunnen onze gevoelens goed tot uitdrukking worden gebracht door de in Lukas 1:74, 75 opgetekende woorden van Zacharías?
14 Hoe dankbaar dienen wij allen jegens Jehovah en zijn Zoon te zijn dat hij ons zo goed voor de geestelijke oorlogvoering uitrust! Evenals Zacharías, de vader van Johannes de Doper, voelen wij ons ertoe aangezet Jehovah te loven omdat hij ons, „nadat wij uit de handen van vijanden zijn verlost, het voorrecht [heeft verleend om] onbevreesd heilige dienst voor hem te verrichten met loyaliteit en rechtvaardigheid voor zijn aangezicht al onze dagen” (Luk. 1:74, 75). Wij zijn uit Babylon de Grote bevrijd. En nu wij aan de vereisten van onze Leider en Gebieder voldoen, verkeren wij in de positie ons in gelid te scharen om de strijd aan te binden tegen de vijanden van God en Christus.
15, 16. (a) Welke „redeneringen” en „verschanste dingen” heeft Satan in de geest van mensen geplant? (b) Hoe alleen kunnen deze ’omvergeworpen’ worden, en in welke mate gebeurt dit?
15 Alle wapentuig en strijdkrachten van deze wereld zijn als louter kinderspeelgoed vergeleken bij de door Satan en zijn demonenhorden geïnspireerde valse filosofieën en overleveringen van mensen. Aangezien Satan zich ten doel gesteld heeft in majesteit en macht aan God gelijk zijn, heeft hij zijn leugenachtige leerstellingen wijd en zijd verbreid. Hij spreekt de ware God tegen en beweert op bedrieglijke wijze dat hijzelf de bron van kennis is. Hij leert dat de mens Jehovah niet nodig heeft en dat de mens in eigen kracht het punt kan bereiken dat hij als God is. De Duivel loochent dat God aanspraak kan maken op het feit dat hij de Schepper is en hij maakt de mensheid wijs dat de mens een produkt van evolutie is. Hij heeft het voor elkaar gekregen talloze mensen te laten geloven dat er geen werkelijke dood is en dat wat zich als dood voordoet, eigenlijk alleen maar een overgang is naar een andere levensvorm. Hij heeft ervoor gezorgd dat er verschillende regeringsvormen tot bestaan zijn gekomen die alle geworteld zijn in en gegrond zijn op zelfzucht. Al deze en nog veel meer dingen zijn de „redeneringen . . . en elke hoogte die wordt opgericht tegen de kennis van God”. — 2 Kor. 10:5.
16 Die ’sterk verschanste denkbeelden’ moeten omvergeworpen en aan de kaak gesteld worden, opdat slachtoffers van misleiding in mentaal en geestelijk opzicht bevrijd kunnen worden (2 Kor. 10:4). Wij beschikken over de noodzakelijke wapens en wapenrusting — geloof als een schild, waarheid als een versterkende gordel, rechtvaardigheid als een bescherming voor het hart, de hoop der redding als helm, het Woord van God als zwaard en het goede nieuws van vrede, ten einde degenen te helpen die zich aan de Koning van Jehovah’s keuze wensen te onderwerpen (Ef. 6:14-17). Door deze geestelijke wapens te gebruiken, stellen de christelijke getuigen van Jehovah talloze gevangenen in vrijheid!
De overwinning is verzekerd
17. Wat zal volgens Psalm 45:3, 4 het resultaat zijn wanneer Christus de vijand in de laatste strijd aanvalt?
17 De tijd komt steeds dichterbij waarin Jehovah zijn uitverkoren Koning het teken zal geven om de vijand in een laatste oorlog aan te vallen. Wanneer Jehovah die Aanvoerder van de hemelse legerscharen toespreekt, zal hij met de woorden van Psalm 45:3, 4 uitroepen: „Gord uw zwaard aan uw dij, o machtige, met uw waardigheid en uw pracht. En ga in uw pracht voort tot succes; rijd voor de zaak van waarheid en ootmoed en rechtvaardigheid, en uw rechterhand zal u onderrichten in vrees inboezemende dingen.” Het resultaat van dat optreden staat vast. Satans gehele organisatie, zowel zijn zichtbare als zijn onzichtbare organisatie, zal worden weggevaagd, waardoor de aarde van alle goddeloze en onderdrukkende heerschappij wordt bevrijd. Wat een gelukkige dag zal het voor de overlevenden zijn wanneer alle onderdrukkers, leugenaars, hoereerders en verdervers van de aarde voorgoed zijn verdwenen! — Openb. 11:16-18; 19:11-21.
18. Hoe hebben Gods dienstknechten zich sinds 1914 G.T. „in gelid geschaard”?
18 Wat een wonderbaarlijk gezicht is het met onze eigen ogen te kunnen aanschouwen hoe dramatische situaties die in de Schrift zijn opgetekend, thans in vervulling gaan! In onze tijd waren de gezalfde geestelijke broeders van Christus Jezus de eersten die hem nadat hij in 1914 G.T. op de troon was geplaatst, als hun Koning aanvaardden. Zij hebben zich allen „in gelid geschaard”. En in het bijzonder sinds 1935, toen er lichtstralen vielen op Openbaring 7:9-17, is een „grote schare” mensen samengestroomd zodra zij inzagen wat de ware bron van succes en zegen was. Zij hebben zich bij de hedendaagse geestelijke Israëlieten aangesloten en hebben zich allen in „gelid geschaard”, bereid om een aandeel te hebben aan het lijden en de ontberingen van een openlijke geestelijke oorlog tegen Satans gehele organisatie — tot eer en heerlijkheid van Jehovah. — Zach. 2:11.
19. Welk vastberaden besluit moet elke dappere getuige van Jehovah derhalve nemen?
19 Het is dus duidelijk dat de dagen dringend zijn. Het is er nu niet de tijd voor om te denken dat de geestelijke oorlogvoering voorbij is. Moge het nooit gebeuren dat de vijand ons in het naderende kritieke stadium van onze heilige dienst onverhoeds overvalt. Laten wij ons, of wij nu tot het overblijfsel van de geestelijke Israëlieten behoren of tot de „grote schare” metgezellen van hen, ’met een onverdeeld hart in gelid scharen’. Mogen wij ermee voortgaan moedig de strijdkreet aan te heffen omdat Jehovah ons de verzekering geeft dat wij de overwinning zullen behalen! — 2 Kron. 20:15.
Vragen bij wijze van samenvatting:
□ Waarom is het thans dringend ons ’in gelid te scharen’?
□ In wat voor oorlog zijn Jehovah’s Getuigen verwikkeld?
□ Voor welke uiterst belangrijke strijdvraag staan alle mensen in deze tijd?
□ Wie komt ervoor in aanmerking een „soldaat van Christus Jezus” te zijn?
□ Van welke overwinning kunnen wij thans verzekerd zijn?
[Illustratie op blz. 19]
Geregeld vergaderingbezoek in de Koninkrijkszaal (1) versterkt ons voor de geestelijke oorlogvoering, (2) helpt ons ’de tijden te onderscheiden’ en (3) toont ons hoe wij met een „onverdeeld hart” dienst kunnen verrichten