-
De buitenwijk die weggleedOntwaakt! 1980 | 8 maart
-
-
veranderde de stemming van velen van de slachtoffers in woede. Er werd bekend dat er zich in die streek in 1870, in 1925, in 1939 en in 1968 reeds minder ernstige aardverschuivingen hadden voorgedaan. Als men dit voordien had geweten, zou dit de bouwplannen van velen misschien hebben beïnvloed. Deze ramp die een tegen een heuvel gebouwde woonwijk trof, kan anderen er wellicht toe aanmoedigen opnieuw te bekijken hoe veilig de plek is waarop hun huis staat. — Ingezonden.
-
-
Is kennis altijd een zuivere gids?Ontwaakt! 1980 | 8 maart
-
-
De zienswijze van de bijbel
Is kennis altijd een zuivere gids?
KENNIS is noodzakelijk om wijze beslissingen in het leven te kunnen nemen. Gebrek aan kennis daarentegen kan ertoe leiden dat wij onze tijd, energie en middelen verspillen. Dit is zelfs in verband met eenvoudige karweitjes zo. De wijze koning Salomo merkte bijvoorbeeld op: „Indien een ijzeren werktuig stomp is geworden en iemand de snede ervan niet heeft gewet, dan zal hij zijn eigen vitale krachten aanwenden. Zo betekent het gebruiken van wijsheid [gebaseerd op kennis] met het oog op succes, voordeel.” — Pred. 10:10.
Het kan echter zijn dat kennis op zich met betrekking tot bepaalde aangelegenheden geen veilig richtsnoer verschaft. Er is nog iets nodig. Dit is vooral zo als het om de verstandhouding met medemensen gaat. Het zou tot ernstige problemen kunnen leiden wanneer wij eenvoudig handelen in overeenstemming met wat wij persoonlijk juist achten.
De christelijke apostel Paulus maakte dit duidelijk in zijn brief aan de Korinthiërs. Toen hij de kwestie van ’voedsel dat aan afgoden is geofferd’ besprak, schreef hij: „Wij weten dat wij allen kennis hebben. Kennis blaast op, maar liefde bouwt op. Indien iemand denkt dat hij kennis omtrent iets heeft verworven, kent hij het nog niet zoals hij het behoort te kennen.” — 1 Kor. 8:1, 2.
De christenen in Korinthe wisten dat er maar één God was, Jehovah, en één Heer, Jezus Christus. Zij wisten dat de vele goden en heren die door de natiën werden vereerd, in werkelijkheid niet bestonden. Afgoden waren louter voorwerpen van hout, steen of metaal die geen macht hadden. Op grond van die kennis hebben bepaalde leden van de gemeente te Korinthe misschien de conclusie getrokken dat er geen kwaad in stak voedsel te eten dat voordien aan afgoden was geofferd. Deze gelovigen concludeerden terecht dat dergelijk voedsel niet van ander voedsel verschilde. De levenloze, machteloze afgoden hadden er op geen enkele manier een verandering in teweeggebracht, en evenmin konden zij het in bezit nemen.
Maar was deze speciale kennis betreffende het niets-zijn van afgoden, een veilige gids om vast te stellen of het juist was voedsel te gebruiken dat aan afgoden was geofferd? Neen. Waarom niet? De apostel verklaarde: „Niet alle personen [bezitten] deze kennis, maar sommigen, die tot nu toe aan de afgod gewoon zijn, eten voedsel als iets wat aan een afgod ten slachtoffer is gebracht,
-