-
De gelukkige afgestudeerden van de GileadschoolOntwaakt! 1972 | 22 februari
-
-
van de hedendaagse toepassing zien, de noodzaak voor christenen jegens elkaar barmhartig te zijn.
Ongetwijfeld zullen de afgestudeerden van de 51e klas op hun diploma-uitreikingsdag kunnen terugzien als op een heel bijzondere dag in hun leven. En als zij naar hun toewijzing in afgelegen delen van de wereld gaan, zullen zij beter in staat zijn anderen werkelijk gelukkig te maken.
-
-
De rol van Gods geest bij het schrijven van de bijbelOntwaakt! 1972 | 22 februari
-
-
„Uw woord is waarheid”
De rol van Gods geest bij het schrijven van de bijbel
WERKELIJK goede letterkundige werken zijn het resultaat van heel wat inspanning. De bijbel, die algemeen als een letterkundig meesterwerk wordt beschouwd, werd ook niet zonder inspanning van de zijde van zijn schrijvers tot stand gebracht. De woorden in Prediker 12:9, 10 zijn hiervoor een aanwijzing: „[De bijeenbrenger] dacht diep na en stelde een grondig onderzoek in, opdat hij veel spreuken zou kunnen ordenen. De bijeenbrenger zocht de verrukkelijke woorden te vinden en het schrijven van juiste woorden van waarheid.”
In tegenstelling tot andere letterkundige werken is de bijbel echter niet in de eerste plaats het resultaat van menselijke inspanning. De schrijvers van de bijbel lieten zich leiden door Gods geest, ja, verlangden ernaar zijn leiding te volgen. Een van deze schrijvers, de profeet Jesaja, verklaarde: „De Heer Jehovah zelf heeft mij de tong der onderwezenen gegeven, opdat ik de vermoeide met een woord weet te antwoorden. Hij wekt morgen aan morgen; hij wekt mij het oor om te horen gelijk de onderwezenen. De Heer Jehovah zelf heeft mij het oor geopend, en ik, van mijn kant, was niet weerspannig. Ik keerde mij niet in de tegenovergestelde richting.” — Jes. 50:4, 5.
Niettemin hadden de bijbelschrijvers zelf vaak een specifiek doel in gedachte. De arts Lukas wilde door het schrijven van zijn evangelie een nauwkeurig, in logische volgorde geschreven verslag verschaffen, waarbij hij de zekerheid naging van de dingen waarin de man Theófilus mondeling over Jezus Christus was onderwezen (Luk. 1:3, 4). De brieven die door Paulus, Petrus, Johannes en anderen werden geschreven, werden opgesteld om aan de behoeften van degenen aan wie ze werden geschreven, te voldoen. Zo besprak Paulus bijvoorbeeld in zijn eerste brief aan de Korinthiërs (1:10-13) de noodzaak van eenheid. Dit deed hij omdat hij had gehoord dat er in hun gemeente onenigheid bestond.
Daar de bijbelschrijvers zich onderwierpen aan de leiding van Gods geest, waren zij in staat precies de juiste inlichtingen te verschaffen, inlichtingen die altijd in overeenstemming waren met Gods voornemen. Bij ten minste één gelegenheid had de werking van Gods geest tot gevolg dat hetgeen geschreven werd, volkomen verschilde van wat de schrijver oorspronkelijk wilde schrijven. De discipel Judas had oorspronkelijk willen schrijven over de gemeenschappelijke redding van de met de geest gezalfde christenen. Bepaalde omstandigheden die zich in de christelijke gemeente hadden ontwikkeld, vormden er echter een aanwijzing voor dat andere inlichtingen dringend noodzakelijk waren. Er waren immorele, dierlijke mensen bij de christenen binnengedrongen die bezig waren ’de onverdiende goedheid van God te veranderen in een verontschuldiging voor losbandig gedrag’. Daarom verschafte Judas, geleid door Gods geest, vermaningen waardoor medegelovigen geholpen werden op succesvolle wijze aan bederf
-