-
Vrede — Het bezit van christenenDe Wachttoren 1966 | 15 november
-
-
in praktijk, en de God van vrede zal met u zijn.” — Jes. 54:13, NW; Ps. 119:165; Spr. 3:1, 2, 17; Fil. 4:9.
25. (a) Hoe zou het beginsel waardoor deze vrede wordt beheerst, geïllustreerd kunnen worden? (b) Wat zou de vrede van God derhalve genoemd kunnen worden?
25 Deze vrede zou met echtelijk geluk vergeleken kunnen worden. Een huwelijk is inderdaad een vreugdevolle gebeurtenis die de weg opent tot echtelijk geluk, maar het vormt geen blijvende garantie voor dit geluk — een verkeerde gedachte die vele echtparen er op na schijnen te houden. Om echtelijk geluk te kunnen smaken, moet een echtpaar hier voortdurend aan werken, er aandacht en tijd aan schenken, er moeite voor doen en in alle betrekkingen rijpheid aan de dag leggen. Hetzelfde kan gezegd worden van degenen die door middel van berouw, bekering, geloof in Christus’ losprijs, opdracht en doop in een vreedzame verhouding tot God zijn komen te staan. Zij moeten aan deze vrede blijven werken om ze te kunnen behouden. Er zou derhalve gezegd kunnen worden dat de vrede van God een beloning is, zoals Jehovah zijn volk uit de oudheid vrede beloofde als zij aan zijn voorwaarden zouden voldoen: „Indien gij in mijn inzettingen blijft wandelen en mijn geboden blijft onderhouden en ze werkelijk volbrengt, dan zal ik . . . werkelijk vrede brengen in het land, en gij zult inderdaad neerliggen, zonder dat iemand u opschrikt; . . . en geen zwaard zal door uw land trekken.” — Lev. 26:3-6, NW.
-
-
Bewaar de vrede die wij bezittenDe Wachttoren 1966 | 15 november
-
-
Bewaar de vrede die wij bezitten
„Mijn volk zal in een verblijf des vredes wonen, in veilige woningen, in oorden van ongestoorde rust.” — Jes. 32:18.
1. Waarom wordt „de God van vrede” soms „een manlijk persoon van oorlog”, en hoe lang zal dit nog zo zijn?
GODS Woord vertelt ons dat er „voor alles . . . een vastgestelde tijd [is], ja, een tijd voor elke aangelegenheid onder de hemel: . . . een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede”. Dat is de reden waarom er niet alleen vaak over Jehovah God wordt gesproken als „de God van vrede” of „de God die vrede geeft”, maar ook als „een manlijk persoon van oorlog” en als „Jehovah der legerscharen”. Om zijn soevereiniteit te rechtvaardigen en de vrede te herstellen, oordeelt hij het soms nodig zijn toevlucht te nemen tot oorlog, en om die reden zegt hij van zich zelf dat hij ’vrede bewerkt en rampspoed schept’. Alleen tijdens dit tegenwoordige goddeloze samenstel van dingen is er echter een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede; in de komende nieuwe ordening, wanneer Gods wil gelijk in de hemel ook op aarde wordt gedaan, zal er slechts een tijd voor vrede zijn. — Pred. 3:1, 8, NW; Fil. 4:9; Rom. 15:33; Ex. 15:3, NW; Jak. 5:4; Jes. 45:7, NW.
2. Hoe beschrijft de Schrift de vreedzame activiteit van Jehovah’s getuigen soms?
2 Hetzelfde zou van de vreedzame activiteit van de opgedragen christelijke prediker gezegd kunnen worden. Hoe dat zo? Nu, zijn bediening wordt herhaaldelijk beschreven in termen van oorlog: „Draag als een voortreffelijk soldaat van Christus Jezus uw deel in het lijden van kwaad.” Natuurlijk bedient hij zich niet van vleselijke of stoffelijke wapens, zoals de apostel Paulus ook duidelijk maakt: „De wapenen van onze oorlogvoering zijn niet vleselijk, maar krachtig door God tot omverwerping van sterk verschanste dingen.” En elders: „Wij hebben geen strijd tegen bloed en vlees, maar tegen . . . goddeloze geestenkrachten in de hemelse gewesten.” De christelijke prediker gebruikt de waarheid, het
-