Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren 1952 | 1 december
    • te leggen en het voor hen te vereenvoudigen. Waarom zouden zij er geen vreugde in vinden hetzelfde voor hun kinderen te doen? Het is het voorrecht van ouders, zij dienen het met liefde te doen, zij dienen niet te willen dat het door iemand anders wordt overgenomen. De ouders wonen bij hun kinderen, spreken met hen, vereenvoudigen vele alledaagse onderwerpen voor hen. Waarom dit met de waarheid ook niet gedaan? Is iets anders belangrijker? Houd geregeld studiën met hen, en gebruik daarbij de Wachttoren-publicaties en de Bijbel.

      Betekent dit dat wij in de velddienst bij geen andere kinderen dan de onzen studiën zullen houden? Neen; wanneer wij een huis-Bijbelstudie leiden bij mensen die kinderen hebben, moedig die kinderen dan aan bij de studie te komen zitten en er aan mee te doen. Indien het voorkomt dat kinderen wel en ouders niet wensen te studeren, terwijl zulke ouders het toch wel goedvinden dat hun kinderen met ons studeren, mogen zulke studiën worden gehouden. Wij trachten niet speciaal jeugdbijeenkomsten op te bouwen, gelijk Zondagsscholen; maar indien er sommige kinderen met ons wensen te studeren en hun ouders hebben er geen bezwaar tegen, dan kunnen zulke studies worden gehouden. Christus Jezus probeerde niet speciaal kinderen om zich heen te verzamelen, maar wanneer oudere personen die met de zorg voor kinderen waren belast, ze bij hem brachten, dan ontving hij hen, en hij berispte degenen die de kinderen wilden beletten tot hem te komen (Matth. 19:14; Mark. 10:13-16). Wij kunnen dus aandacht schenken aan kinderen onder soortgelijke omstandigheden, en dit doen door gebruik te maken van de studieboeken die voor jong en oud zijn geschreven, terwijl wij de boodschap indien het voor hen die studeren, noodzakelijk is, vereenvoudigen.

      ● Waarom verwijst Paulus, met het oog op Jezus’ voorschriften in Mattheüs 23:9, naar zichzelf als naar een geestelijke vader voor de Korinthiërs? Zie 1 Korinthe 4:15. — D.A., Illinois.

      Paulus schreef aan de Korinthiërs: „Hoewel gij tien duizend leermeesters in Christus kunt hebben, hebt gij stellig niet vele vaders, want in Christus Jezus ben ik uw vader geworden door middel van het goede nieuws” (1 Kor. 4:15, NW). Paulus was de eerste die de levengevende waarheid aan de gemeente te Korinthe bracht en was aldus gelijk een vader of deed dienst als een werktuig van de hemelse Vader. Leermeesters die later kwamen, bouwden slechts op het levengevende fundament dat door Paulus was gelegd. Wegens dit feit richtte hij zich soms tot hen die hij aldus had geholpen de weg ten leven te gaan bewandelen, als tot zijn kinderen ten einde van de speciale verwantschap, belangstelling, verantwoordelijkheid en toegenegenheid blijk te geven. — 1 Kor. 4:17; Gal. 4:19; 1 Tim. 1:2; 2 Tim. 1:2; Titus 1:4; Filem. 10; 3 Joh. 4.

      Desondanks is Jehovah de grote Vader en degene die als zodanig behoort te worden aangesproken door allen die hem als hun levengever en verzorger erkennen. Voor de „andere schapen” zal Christus de Eeuwige Vader worden (Matth. 6:9; Jes. 9:5). Zulke titels dienen aan niemand anders te worden gegeven. Paulus gebruikte de uitdrukking „vader” niet als een titel, maar als een illustratie. Hij gebruikte de aardse familiebetrekking in het menselijke gezin om een getrouw beeld te geven van zijn positie met betrekking tot de Christenen van Korinthe. Nergens wordt hij aangesproken als Vader Paulus. Petrus verwees naar hem als naar „onze geliefde broeder Paulus” (2 Petr. 3:15). Niet een van de apostelen werd ooit met de titel Vader aangesproken. Indien zij op deze wijze door anderen zouden zijn aangesproken, zouden zij Jezus’ gebod hebben overtreden: „Noemt . . . niemand op aarde uw vader, want Eén is uw Vader, de Hemelse.” Door het verband wordt aangetoond dat hij opkwam tegen vleiende titels (Job 32:21, 22; Matth. 23:6-12, NW). Derhalve was Paulus’ gebruik van de illustratie „vader”, om nauwkeurig zijn betrekkingen tot de Christelijke gemeenten en afzonderlijke personen af te beelden, en niet als een titel waardoor een schepsel wordt verhoogd, geen overtreding van Mattheüs 23:9.

  • Mededelingen
    De Wachttoren 1952 | 1 december
    • Mededelingen

      Getuigenisperiode: Zegepralende reine aanbidding

      Reine aanbidders moeten zich hebben ontdaan van menselijke overleveringen en allerlei philosophieën, en zij zijn in volledige overeenstemming gebracht met het zuivere Woord van God. Door hun Hogepriester Jezus Christus zijn zij naar de theocratische aanbidding geleid, hetwelk inhoudt dat zij Jehovah De Superieur als Opperste Souverein dienen overeenkomstig de beginselen van de zuivere, reine en onbevlekte religie. „Wordt echter daders van het woord en niet alleen hoorders, u zelf met valse redeneringen misleidende. Wanneer iemand in de mening verkeert dat hij een vormelijke aanbidder is en toch zijn tong niet in toom houdt, maar voortgaat zijn eigen hart te misleiden, de vorm van aanbidding is tevergeefs. De vorm van aanbidding die van het standpunt van onze God en Vader uit rein en onbesmet is, is deze: voor wezen en weduwen zorgen in hun verdrukking, en zichzelf vlekkeloos van de wereld bewaren.” (Jak. 1:22, 26, 27, NW). De valse religie voldoet niet aan de goddelijke maatstaf die zuiver, rein en onbesmet is. Ze is voor wereldsgezindheid gezwicht, terwille van het een of ander zelfzuchtig voordeel. Haar aanbidding wordt door de Schrift als ijdel en tevergeefs gekenmerkt. Het ware Christendom, de ware religie of vorm van reine en onbesmette aanbidding zal door zijn werken de smaad die de valse religie op ware aanbidders stapelt, logenstraffen. De zegepralende reine aanbidding wordt niet afgemeten naar het aantal aanbidders, niet naar de uitbreiding van de valse religie, zij wordt afgemeten naar de kwaliteit, die Jehovah, de verheven Souverein, heeft bepaald. Gedurende de maand december wordt de zegepralende en reine aanbidding van Jehovah’s getuigen door het aanbieden van het boek „De waarheid zal u vrijmaken” tezamen met de actuele brochure Zal religie het hoofd bieden aan de wereldcrisis? voor een bijdrage van ƒ 1,50 ondersteund. Deze publicaties zijn een middel om een doeltreffende Bijbelstudie op te richten, en op deze wijze helpen wij goedwillende mensen op de weg naar de reine en onbesmette aanbidding te komen. Het aanvaarden en standhouden van de onbesmette aanbidding van de levende en waarachtige God Jehovah, door zijn Hogepriester Christus Jezus, leidt tot eeuwig leven in de nieuwe wereld. Neem een aandeel aan dit verheven werk, toon deze publicaties aan uw vrienden en kennissen en geef aan het eind van de maand een bericht van uw krachtsinspanningen ten behoeve van de zegepralende en reine aanbidding, of aan een dichtst bijzijnde groep van Jehovah’s getuigen of aan het Bijkantoor van uw land af.

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen