-
Heerlijkheid — Wat is dit? Hoe is ze van invloed op mensen?De Wachttoren 1976 | 15 november
-
-
(2 Kor. 3:3). Hier manifesteert zich inderdaad een superieure heerlijkheid of uiting van Gods volmaakte persoonlijkheid.
De handelwijze van Mozes, die zijn gezicht sluierde, tegenover de activiteiten van christenen in het „nieuwe verbond” stellend, schrijft Paulus: „En wij allen worden, terwijl wij met ongesluierde aangezichten de heerlijkheid van Jehovah gelijk spiegels weerkaatsen, van heerlijkheid tot heerlijkheid in hetzelfde beeld veranderd, precies zoals het door Jehovah, de Geest, wordt gedaan.” — 2 Kor. 3:18.
Christenen moeten steeds vorderingen maken in het weerspiegelen van Gods heerlijkheid. Een belangrijke manier waarop dit gebeurt, is door vrijmoedig te spreken over Gods voornemen om de gehele mensheid te zegenen door bemiddeling van de hemelse koninklijke priesterschap. Ook slaan zij acht op de bijbelse raad: „Bekleedt u met de nieuwe persoonlijkheid, die door middel van nauwkeurige kennis wordt vernieuwd naar het beeld van Degene die ze schiep” (Kol. 3:10). Wanneer aanbidders van God zich ijverig bezighouden met de prediking van Gods voornemen en daarbij ook hun leven progressief in overeenstemming brengen met bijbelse beginselen, gaan zij aldus voort „van heerlijkheid tot heerlijkheid”, en vergroten zij hun verheerlijking van God.
Ziet u uit naar de tijd dat God de mensheid zal terugbrengen tot menselijke volmaaktheid, waarin zij wèl ’de heerlijkheid Gods bereiken’? (Rom. 3:23) Zo ja, doet u dan alles wat in uw vermogen ligt om nu Gods heerlijkheid te weerspiegelen door een voortreffelijk gedrag dat in overeenstemming is met bijbelse beginselen.
-
-
Jehovah, een onvergelijkelijke HelperDe Wachttoren 1976 | 15 november
-
-
Jehovah, een onvergelijkelijke Helper
„Vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van Jehovah, de Maker van hemel en aarde.” — Ps. 121:1, 2.
1. Wie is de grootste helper, en waarom?
DE GROOTSTE helper die wij mogelijkerwijs zouden kunnen hebben, is de Schepper, Jehovah God. Alles wat op aarde leeft, blijft voordeel trekken van de natuurlijke cyclussen die hij eeuwen geleden in werking heeft gesteld. Indien de mens niet zo hebzuchtig was geweest en de hulpbronnen van de aarde niet op zulk een onjuiste wijze had beheerd, zou deze planeet op een gerieflijke wijze plaats kunnen bieden aan een veel grotere menselijke bevolking, zonder dat het plante- en dierenleven
-