Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ’De doden in Christus zullen het eerst opstaan’
    De Wachttoren 1979 | 1 oktober
    • 15. Hoe verging het Satan de Duivel in de oorlog met de aartsengel Michaël, en kan hij verhinderen dat de discipelen van Christus uit de doden worden opgewekt en naar de hemel opstijgen om bij Jezus Christus te zijn?

      15 Satan de Duivel heeft het in de eeuwenoude strijd aldoor verloren. In de oorlog in de hemel werd hij verslagen en met zijn demonenengelen naar de omgeving van onze aarde geslingerd, terwijl de aartsengel Michaël, namelijk de Heer Jezus Christus, en zijn engelen als overwinnaars in de hemel bleven. Daar de zegevierende Jezus Christus de „stem van een aartsengel” gebruikt wanneer hij degenen die in eendracht met de Christus zijn gestorven, gebiedt te voorschijn te komen, heeft zijn „bevelende roep” meer autoriteit en een krachtiger effect. Bovendien zal Satan de Duivel, die de nederlaag heeft geleden, niet voldoende macht hebben om te verhinderen dat degenen die in eendracht met Christus zijn gestorven, een geestelijke opstanding ontvangen en zal hij ook niet kunnen verhinderen dat zij het geestenrijk binnengaan en naar de hemel opstijgen om bij de zegevierende Jezus Christus te zijn.

      16. Met welk doel weerklinkt „Gods trompet” ten tijde dat de Heer uit de hemel neerdaalt, en wie zullen er als eersten op reageren?

      16 Christus’ neerdaling uit de hemel gaat ook nog met het geluid van „Gods trompet” gepaard (1 Thess. 4:16). De trompet is in dit geval geen oorlogssignaal voor het verzamelen van troepen om te strijden en de vijand ter dood te brengen. Het blazen van „Gods trompet” dient veeleer een vredig doel om Jehovah’s volk te verzamelen, zoals toen er in Mozes’ tijd op de twee zilveren trompetten werd geblazen om de 12 stammen van Israël te verzamelen (Num. 10:1-10). Elders, in 1 Korinthiërs 15:52, brengt de apostel Paulus zo’n „trompet” waardoor tot verzamelen wordt opgewekt, in verband met de opstanding van de gestorven christenen, wanneer hij zegt: „Gedurende de laatste trompet. Want de trompet zal klinken en de doden zullen onverderfelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden.” Wie zullen als de eersten op die „laatste trompet” reageren, wanneer ze, als „Gods trompet”, weerklinkt om de gestorvenen als het ware bijeen te roepen door hen weer tot leven te brengen? Als antwoord hierop zegt 1 Thessalonicenzen 4:16: „En zij die dood zijn in eendracht met Christus zullen eerst opstaan.”

      17. Waarom is de opstanding van degenen die „dood zijn in eendracht met Christus” niet zichtbaar voor menselijke ogen?

      17 De opstanding van degenen die „dood zijn in eendracht met Christus” is voor mensen op aarde echter niet zichtbaar. Waarom niet? Omdat zij gezegend worden met een geestelijke opstanding en elkeen van hen wordt „opgewekt als een geestelijk lichaam” (1 Kor. 15:44). Omdat menselijke ogen niet sterk genoeg zijn om geesten te kunnen zien, zien mensen de opstanding van de ’doden in Christus’ niet. Vandaar dat de mensheid sedert het begin van Christus’ „tegenwoordigheid” of parousie, vanaf 1914, hem niet heeft gezien en ook niets van de opstanding van zijn discipelen heeft gemerkt.

      18, 19. (a) Bedoelde Paulus met datgene wat hij in 1 Thessalonicenzen 4:17 zei, dat die christenen niet zouden sterven voordat zij werden „weggerukt”? (b) In welke zin worden zij dan „weggerukt”, en in wat voor lichaam gaan zij de Heer tegemoet, zodat zij terecht „gelukkig” worden genoemd?

      18 De apostel Paulus spreekt over zichzelf alsof hij iemand is die tot het moment dat die gelukkige gebeurtenis voor door de geest verwekte christenen aanbreekt, nog op aarde leeft, wanneer hij zegt: „Daarna zullen wij, de levenden, die overblijven, te zamen met hen in wolken worden weggerukt, de Heer tegemoet in de lucht, en aldus zullen wij altijd met de Heer zijn.” — 1 Thess. 4:17.

      19 De apostel Paulus bedoelde met deze woorden niet dat de door de geest verwekte christenen zoals hijzelf niet zouden sterven maar met lichaam en al zouden worden „weggerukt” in de lucht te midden van letterlijke wolken. Paulus stierf. Door de geest verwekte christenen in deze tijd die gedurende Christus’ „tegenwoordigheid” of parousie nog in leven zijn, moeten eveneens sterven. Net als in de grond geplante zaden moet elkeen van hen worden „gezaaid als een fysiek lichaam” door als mens te sterven (1 Kor. 15:44). Hoe worden zij dan te zamen met hen die „dood zijn in eendracht met Christus” en die eerst werden opgewekt, ’in wolken weggerukt’? Op deze wijze: Wanneer zij als een fysiek lichaam worden gezaaid, behoeven zij niet in de dood te slapen. Zij ondergaan ogenblikkelijk een geestelijke opstanding, waarbij zij hun menselijke lichaam op aarde achterlaten en als een „geestelijk lichaam” worden opgewekt. Met een geestelijk lichaam gaan zij hun hemelse Heer tegemoet. Om deze redenen kunnen, volgens Openbaring 14:13, vooral zij als „gelukkig” worden beschouwd.

      20. In wat voor „wolken” worden de levende, overgebleven christenen „weggerukt”, en wat wordt hierdoor te kennen gegeven met betrekking tot hun hemelvaart?

      20 Maar wat zou ermee bedoeld worden dat zij „in wolken” worden weggerukt? Wolken drijven natuurlijk hoog in de lucht en duiden op verhevenheid. Ook verbergen ze voor ons op aarde wat ze in zich bergen of wat zich erboven bevindt. Geestelijke lichamen hoeven niet door onze letterlijke wolken onzichtbaar gemaakt te worden voor ons. Daarom worden in 1 Thessalonicenzen 4:17 symbolische wolken bedoeld, die het wegrukken van de uit de doden opgewekte christenen om hun hoog verheven Heer tegemoet te gaan, als het ware aan het aardse gezicht onttrekken. Bedenk ook hoe Jezus Christus op de 40ste dag vanaf zijn opstanding, naar de hemel opsteeg en hoe tijdens zijn hemelvaart ’een wolk hem aan het gezicht [van de toekijkende discipelen] onttrok’. — Hand. 1:9.

      21. Daalt de Heer uit de hemel neer in de zin dat hij rechtstreeks, persoonlijk met onze aarde in contact komt, en wanneer eindigt de „laatste dag” waarop hij zijn door de geest verwekte discipelen uit de doden opwekt?

      21 Wat wordt door dit alles bewezen? Dit: De neerdalende Heer Jezus Christus komt niet rechtstreeks met onze aarde in contact. Wolken, waarin volgens het afgeschilderde beeld de uit de doden opgewekte christenen hun hemelse Heer tegemoet gaan, hangen hoog boven de oppervlakte van de aarde. Bovendien gaan de uit de doden opgewekte christenen hun Heer tegemoet „in de lucht”, niet hier op aarde, noch in Jeruzalem, op de Olijfberg of waar maar ook op onze aarde. Ook is de „laatste dag” waarop dit wegrukken geschiedt, geen aardse dag van 24 uur, maar een tijdsperiode, die pas voltooid is wanneer de laatste van die door de geest verwekte christenen die deel hebben aan „de eerste opstanding”, tot hemels leven is opgewekt (Openb. 20:4, 6; Joh. 6:54). De vervulling van de bijbelse profetieën geeft te kennen dat wij reeds in die speciale „laatste dag” leven.

  • Wij leven thans in die „laatste dag” van de opstanding
    De Wachttoren 1979 | 1 oktober
    • Wij leven thans in die „laatste dag” van de opstanding

      1. Welke gedachte werd er gedurende tientallen jaren gekoesterd met betrekking tot het tijdstip waarop het overblijfsel van nog in leven zijnde christenen verheerlijkt zou worden, maar ging vanaf die tijd in vervulling wat in 1 Thessalonicenzen 4:16, 17 was voorzegd?

      AANGEZIEN de ’doden in Christus’ op die „laatste dag” worden opgewekt in een geestelijk lichaam dat voor menselijk ogen onzichtbaar is, moeten wij mensen met betrekking tot datgene wat thans werkelijk gebeurt, door geloof wandelen, en niet door aanschouwen. Wij herinneren ons dat gedurende enkele tientallen jaren vrij velen de mening waren toegedaan dat de verheerlijking van alle in leven gebleven leden van de christelijke gemeente zou plaatsvinden aan het einde van de tijden der heidenen, omstreeks 1 oktober 1914 (Luk. 21:24). Op die datum vond er echter niets plaats wat overeenkwam met datgene wat in 1 Thessalonicenzen 4:16, 17 beschreven staat. In plaats daarvan brak er oorlog uit in de hemel en werden de verliezers, Satan en zijn demonen, met een snelle worp naar de aarde geslingerd (Openb. 12:7-13). Interessant is ook dat heel wat door de geest verwekte christenen die in 1914 op aarde leefden en actief waren, zich nog in het vlees bij ons bevinden. Kennelijk was er iets mis met betrekking tot de tijdsbepaling van de „laatste dag” waarop de gemeente van door de geest verwekte christenen verheerlijkt zou worden.

      2, 3. Gedurende welke periode moet de verheerlijking plaatsvinden, en welke vraag rijst derhalve met betrekking tot de vervulling van 1 Korinthiërs 15:50-57?

      2 Niettemin begon in 1914, aan het einde van de tijden der heidenen, de onzichtbare „tegenwoordigheid” of parousie van de verheerlijkte Jezus Christus. Daarom bevinden wij ons sedertdien in de tijdsperiode waarin datgene moet geschieden wat in 1 Thessalonicenzen 4:16, 17 met betrekking tot de nog in leven zijnde, door de geest verwekte christenen wordt voorzegd en wat op de „laatste dag” zou plaatsvinden. — Joh. 6:54.

      3 Wanneer begint redelijkerwijs de vervulling van 1 Korinthiërs 15:50-57? „Vlees en bloed [kunnen] Gods koninkrijk niet . . . beërven en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet. Ziet! Ik vertel u een heilig geheim: Wij zullen niet allen ontslapen [wanneer het verderfelijke menselijke lichaam sterft], maar wij zullen allen veranderd worden, in een ogenblik, in een oogwenk, gedurende de laatste trompet. Want de trompet zal klinken en de doden zullen onverderfelijk worden opgewekt en wij [christenen zoals Paulus] zullen veranderd worden. Want dit wat verderfelijk is, moet onverderfelijkheid aandoen en dit wat sterfelijk is, moet onsterfelijkheid aandoen. Maar wanneer dit wat verderfelijk is, onverderfelijkheid aandoet en dit wat sterfelijk is, onsterfelijkheid aandoet, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: ’De dood is voor eeuwig verzwolgen.’ ’Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel?’ De angel die de dood veroorzaakt, is de zonde, maar de kracht van de zonde is de [Mozaïsche] Wet. Maar God zij gedankt, want hij geeft ons de overwinning door bemiddeling van onze Heer Jezus Christus!”

      4. Wanneer stierf Jezus, en hoe was dit in Daniël 9:24-27 te kennen gegeven?

      4 Om tot een schriftuurlijke tijdsberekening te komen, kunnen wij gebeurtenissen vergelijken die parallel lopen of die overeenkomen wat hun aard betreft. Wij vragen derhalve: Wanneer werd Jezus Christus zelf uit de doden opgewekt om „Christus, de eersteling”, te worden? Dit gebeurde op zondag, 16 Nisan van het jaar 33 G.T. Twee dagen daarvoor, op 14 Nisan, de dag van het paschafeest, was hij aan een paal gehangen en gestorven. Die dag waarop Christus werd geofferd, was een tijd die in het door Jehovah God opgestelde en in Daniël 9:24-27 opgetekende schema van gebeurtenissen was vastgesteld. Die dag kenmerkte het midden van die laatste week van een reeks van „zeventig weken”, dat wil zeggen, jaarweken, geen weken van dagen. Daniëls profetie voorzei dat gedurende deze laatste of 70ste jaarweek „Messías [zou] worden afgesneden, met niets voor zichzelf”. Maar wanneer precies gedurende deze laatste jaarweek, die in de herfst van het jaar 29 G.T. begon? Daniël 9:27 antwoordt: „Op de helft van de week zal hij slachtoffer en offergeschenk doen ophouden.” Dierlijke offers hadden na de dood van Jezus derhalve geen waarde meer.

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen