-
Het werkelijke leven stevig vastgrijpenDe Wachttoren 1973 | 15 maart
-
-
Aangezien Pilatus geen schuld in Jezus vindt, brengt hij hem weer voor het gepeupel en zegt: „Ziet! De mens!” Het gepeupel schreeuwt: „Aan de paal met hem! Aan de paal met hem!” Pilatus vraagt: „Zal ik uw koning aan een paal hangen?” De overpriesters antwoorden: „Wij hebben geen andere koning dan caesar.” — Joh. 18:28–19:16.
71. Beschrijf hoe de onschuldige Zoon van God door de Romeinse soldaten ter dood werd gebracht.
71 Na gegeseld, met dorens gepijnigd, in het gezicht geslagen en bespuwd te zijn, werd deze Rechtvaardige vervolgens aan een martelpaal genageld om een folterende, langdurige dood te ondergaan. Ten slotte, omstreeks 3 uur n.m. op vrijdag, 14 Nisan in het jaar 33 G.T., riep Jezus met zijn laatste adem uit: „Het is volbracht!” — Mark. 15:16-20; Joh. 19:1-3, 30.
72, 73. Wat waren, bij wijze van herhaling, enkele van de dingen die Jezus tijdens zijn korte bediening hier op aarde tot stand heeft gebracht?
72 Ja, alles wat Jehovah zich had voorgenomen door zijn eniggeboren Zoon naar de aarde te zenden, was volledig volbracht. Jezus had gehoorzaamheid geleerd door hetgeen hij had geleden; hij had bewezen dat de Duivel een leugenaar is en had de bevoegdheid verworven de Rechtvaardiger van Jehovah te zijn in de strijdvraag inzake de universele soevereiniteit. Hij was gekomen om „getuigenis af te leggen van de waarheid”, en dit heeft hij beslist gedaan. Hij predikte goed nieuws aan de armen, vertroostte de treurenden en maakte zowel aan hoog als aan laag Jehovah’s dag van wraak bekend. Jezus deed het goede, was rijk in voortreffelijke werken, was zeer vrijgevig als het erop aankwam zijn tijd en energie ten behoeve van anderen te geven, was bereid zijn grote kennis en wijsheid met anderen te delen, en ten slotte heeft hij het werkelijke leven stevig vastgegrepen, namelijk eeuwig leven in de hemel bij zijn Vader. — Joh. 18:37; 1 Tim. 6:12, 18, 19; Hebr. 5:8.
73 In dit alles heeft Jezus ons ook een model nagelaten opdat wij nauwkeurig in zijn voetstappen zouden treden.
-
-
Volgelingen van Jezus, het schitterende modelDe Wachttoren 1973 | 15 maart
-
-
Volgelingen van Jezus, het schitterende model
1. Wat schreef de apostel Petrus aan christenen, en welke vraag wordt hierdoor opgeworpen die wij onszelf dienen te stellen?
TERUGBLIKKEND op zo’n dertig jaar van het aardse leven en de bediening van Jezus Christus, schreef de apostel Petrus omstreeks 62-64 G.T. aan medechristenen: „Gij werdt trouwens tot deze loopbaan geroepen, want ook Christus heeft voor u geleden, u een model nalatend opdat gij nauwkeurig in zijn voetstappen zoudt treden.” Ook wij kunnen, na het voorgaande artikel in dit tijdschrift te hebben gelezen, nadenken over het schitterende bericht dat Jezus heeft opgebouwd. En laten wij ons daarbij ieder voor zich afvragen: „Beweer ik een christen te zijn en volg ik deze Modelaanbidder van Jehovah?” Het volgen van zo’n schitterend model houdt beslist heel veel in, niet waar? — 1 Petr. 2:21.
2. Onder wiens toezicht en leiding geschiedt de predikingsactiviteit die Jehovah’s getuigen thans verrichten?
2 In de voetstappen van Jezus treden, zou bijvoorbeeld inhouden dat men deelneemt
-